Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Stb.2006, 29), naar – per 1 januari 2020 – twintig jaar (
Stb.2019, 224). Het Uwv stelt zich op het standpunt dat ten tijde van de beoordeling in 2008 een bewaartermijn van vijftien jaar gold, zodat het medisch dossier van eiser in 2023 mocht worden vernietigd. Het Uwv miskent daarbij echter dat de verlenging van 1 januari 2020 onmiddellijke werking had en dus van toepassing was op alle dossiers die op dat moment nog bewaard moesten worden omdat de termijn van vijftien jaar nog niet was verstreken. Dit vindt bevestiging in de Memorie van Toelichting van die wetswijziging: “ Er is niet voorzien in overgangsrecht bij deze wijziging. Er is dus sprake van onmiddellijke werking”. [2] Het voorgaande betekent dat het Uwv de rapporten van de verzekeringsartsen uit 2008 niet heeft mogen vernietigen en dat de onbeschikbaarheid daarvan voor risico van het Uwv komt. Mede in aanmerking genomen dat er bij vergelijking van de FML van september 2008 en de per 1 januari 2010 geldende FML een groot en niet op voorhand verklaarbaar verschil is te zien in aantal en zwaarte van de beperkingen, volgt daaruit tevens dat het Uwv ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser geen nova heeft aangevoerd.