ECLI:NL:CRVB:2020:540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd vanwege diabetes mellitus type 1 en daaraan gerelateerde klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag in 2014 af omdat zij naar oordeel meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. Na een nieuwe aanvraag in 2015, met aanvullende medische informatie, handhaafde het Uwv dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd zoals vereist door artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep voerde appellante aan dat uit nieuwe medische gegevens blijkt dat zij al rond haar zeventiende en achttiende verjaardag aantasting van de bloedvaten in het netvlies had, wat haar arbeidsongeschiktheid zou onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze medische gegevens geen aanleiding geven het eerdere besluit te herzien. De verzekeringsarts stelde dat de aantasting pas na het oorspronkelijke besluit was ontstaan en dat het tijdstip daarvan niet te voorspellen was.
De Raad bevestigde dat het Uwv het besluit zorgvuldig en gemotiveerd heeft genomen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het verzoek om herziening voor de toekomst wordt eveneens afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.