ECLI:NL:RBLIM:2026:2492

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11951591 CV EXPL 25-4740
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens ernstig tekortschieten huurder door intimidatie en bedreiging

Wonen Limburg verhuurt sinds 2019 een woning en vanaf 2021 een parkeerplaats aan de huurder. De huurovereenkomst was aanvankelijk gekoppeld aan een zorgovereenkomst die in 2021 werd beëindigd vanwege problematisch gedrag en bedreigingen van de huurder.

Vanaf februari 2025 heeft de huurder medewerkers van Wonen Limburg en door haar ingeschakelde derden herhaaldelijk beledigd, geïntimideerd en bedreigd, ondanks meerdere waarschuwingen en een contactverbod. Dit gedrag leidde tot een onhoudbare situatie, waarbij de verhuurder gerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vorderde.

De huurder voerde verweer met een beroep op de tenzij-bepaling van artikel 6:265 BW Pro, stellende dat hij zich voor en na de periode van overtredingen als goed huurder had gedragen en dat zijn woonbelang zwaarder zou moeten wegen.

De kantonrechter oordeelde dat de ernstige tekortkoming in het verleden niet ongedaan wordt gemaakt door het huidige gedrag en dat de belangen van Wonen Limburg bij beëindiging van de huurovereenkomst zwaarder wegen dan het woonbelang van de huurder. De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming werden toegewezen, met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen wegens ernstig tekortschieten door intimidatie en bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11951591 \ CV EXPL 25-4740
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING WONEN LIMBURG,
statutair gevestigd te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens,
tegen
[gedaagde],
wonende te Weert,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de nader door [gedaagde] ingediende productie 6;
- de nader door Wonen Limburg ingediende producties 22 tot en met 24;
- de mondelinge behandeling van 2 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wonen Limburg verhuurt met ingang van 6 februari 2019 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
De huurovereenkomst is in beginsel aangegaan in combinatie met een zorgovereenkomst met ‘Buro Andersom’. De zorgovereenkomst is in 2021 beëindigd, waarna de huurovereenkomst zelfstandig is voortgezet.
2.3.
De zorgovereenkomst is beëindigd vanwege het toenemende problematische gedrag van [gedaagde] en de directe persoonlijke bedreigingen van de begeleider.
2.4.
Na het beëindigen van de zorgovereenkomst heeft een leefbaarheidsmedewerker van Wonen Limburg, [persoon] , intensief contact gehad met [gedaagde] . [persoon] was ook reeds eerder in beeld bij de woon- en leefsituatie van [gedaagde] .
2.5.
Wonen Limburg verhuurt sinds 1 juni 2021 aan [gedaagde] de parkeerplaats gelegen te [adres] .
2.6.
Sinds februari 2025 beledigt, intimideert en bedreigt [gedaagde] (in ieder geval) medewerkers van Wonen Limburg, door Wonen Limburg ingeschakelde derden ( [bedrijf] BV, (het kantoor van) en de gemachtigde van Wonen Limburg).
2.7.
Nadat [gedaagde] al eerder op zijn gedrag is aangesproken, schrijft (de gemachtigde van) Wonen Limburg bij brief van 18 april 2025:
“(…)
U schiet ernstig tekort
Mijn cliënte constateert echter dat u ernstig tekortschiet in uw voornoemde verplichting. U vertoont immers voortdurend volstrekt onacceptabel gedrag jegens medewerkers van mijn cliënte – meer specifiek jegens de heer [persoon] . Zo dreigt u onder andere om de heer [persoon] ‘thuis op te (laten) zoeken en om het leven van de heer [persoon] en dat van zijn dochter ‘kapot te maken’. Daarnaast schreeuwt u jegens medewerkers van mijn cliënte, wanneer u hen telefonisch spreekt.
Eerste en laatste waarschuwing: voorkom een juridische procedure
Het gedrag dat u vertoont gaat alle perken te buiten en rechtvaardigt zonder meer ontbinding van uw huurovereenkomst en/of ontruiming van de woning, indien mijn cliënte de zaak zou voorleggen aan de kantonrechter. Geheel uit coulance is mijn cliënte echter bereid om u één (eerste en) laatste waarschuwing te geven.
Hierbij sommeer ik u namens mijn cliënte dan ook,voor de eerste en laatste keer, om – per direct, en voor altijd – te stoppen met uw hiervoor bedoelde gedrag.(…)”.
2.8.
Bij e-mail van 19 april 2025 reageert [gedaagde] op het schrijven van 18 april 2025 en zegt dat hij ‘niet stopt’, waarna nog talloze e-mails volgen gericht aan de gemachtigde van Wonen Limburg, [persoon] en diverse andere geadresseerden in cc.
2.9.
Op 9 mei 2025 schrijft een medewerker van [bedrijf] aan Wonen Limburg, met [gedaagde] en andere bij de renovatie betrokken personen in de cc:
“(…)
Via deze weg wil ik een officiële melding doen van de steeds verder escalerende in inmiddels bij onhoudbare situatie met de bewoner van [adres] .
Deze bewoner heeft onze medewerkers herhaaldelijk bedreigd en meerdere malen verontrustende e-mails gestuurd aan diverse collega’s van onze organisatie én van Wonen Limburg. (…)”
2.10.
Vanwege het aanhoudend bestoken van de gemachtigde van Wonen Limburg en Wonen Limburg zelf, met e-mails en telefoontjes, heeft (de gemachtigde van) Wonen Limburg bij (aangetekende) brief van 13 mei 2025 aan [gedaagde] een contactverbod opgelegd jegens de medewerkers van Wonen Limburg en de door haar ingeschakelde derden (onder wie de gemachtigde). Het melden van mogelijke gebreken is uitgezonderd.
2.11.
Op 15 juli 2025 schrijft [gedaagde] aan (een medewerker van) de gemachtigde van Wonen Limburg en een medewerker van de politie het volgende e-mailbericht:
“Ik heb je brief ontvangen. Ik wist dit allang. Ik bel geen politie geen wonen limburg. Ik sla ze gewoon met een stuk hout in hun nek dan leren ze het wel af , en mijn naam is haas, o wacht maar even. En geen discussie meer mogelijk.”
2.12.
Op 31 juli 2025 schrijft [gedaagde] aan [persoon] van Wonen Limburg per e-mail:
“Dat ik voor 1 gat gevangen ben , ik pak zo mijn spullen ik zit in bergen op zoom maar jij betaald de rekening geloof me en ik bouw alles weer op , hoe dom kun je zijn, maar [naam 1] en zijn vrienden zoeken jouw en [naam 2] .”
2.13.
[gedaagde] stuurt ook na 13 mei 2025 (contactverbod) talloze e-mails aan ((het kantoor van) de gemachtigde van) Wonen Limburg. Bij brief van 10 september 2025 deelt (de gemachtigde van) Wonen Limburg aan [gedaagde] mede dat de maat vol is en een gerechtelijke procedure zal worden gestart. Aan [gedaagde] wordt de mogelijkheid geboden vrijwillig de huurovereenkomst op te zeggen. Van deze mogelijkheid maakt [gedaagde] geen gebruik.
2.14.
Na oktober 2025 heeft [gedaagde] geen e-mails meer gestuurd aan Wonen Limburg en door haar ingeschakelde derden.

3.Het geschil

3.1.
Wonen Limburg vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming van de gehuurde woning en parkeerplaats, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.
3.2.
Wonen Limburg legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in zijn verplichtingen als huurder ernstig tekort is geschoten, door medewerkers van Wonen Limburg en door haar ingeschakelde derden voortdurend te beledigen, intimideren en te bedreigen. Deze tekortkoming rechtvaardigt volgens Wonen Limburg de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat hij zich tot februari 2025 altijd als een goed huurder heeft gedragen. Vanaf begin 2025 – toen hij zich in verband met de slechte staat van het onderhoud van het gehuurde – niet gehoord voelde door [persoon] en Wonen Limburg is [gedaagde] volledig de controle over zichzelf verloren. Nu de gebreken aan het gehuurde zijn hersteld heeft [gedaagde] zich ook weer gedragen. [gedaagde] doet een beroep op de ‘tenzij-bepaling’ van artikel 6:265 BW Pro.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen hebben met elkaar huurovereenkomsten gesloten. Het uitgangspunt is dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomsten, de algemene voorwaarden en de wet. Indien [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1]
4.2.
Als erkend staat vast dat [gedaagde] zich (in ieder geval) gedurende de periode februari 2025 tot en met oktober 2025 schuldig heeft gemaakt aan het voortdurend beledigen, intimideren en bedreigen van medewerkers van Wonen Limburg en door haar ingeschakelde derden. De onder de feiten geciteerde (bij e-mail gedane) uitlatingen zijn maar een fractie van alle e-mailberichten die door Wonen Limburg in het geding zijn gebracht. Steeds weer is [gedaagde] aangesproken op zijn gedrag en de onwenselijkheid daarvan, maar steeds ging [gedaagde] door met het bestoken van (de gemachtigde van) Wonen Limburg met e-mails, telefoontjes en whatsappjes met daarin beledigingen, intimidaties en dreigementen. [gedaagde] heeft een en ander ook niet betwist. Hiermee schiet [gedaagde] ernstig tekort in zijn verplichtingen om zich te gedragen als een goed huurder.
4.3.
In geval van een tekortkoming is de vordering tot ontbinding in beginsel toewijsbaar. De bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming kan daaraan bij wijze van uitzondering in de weg staan. Het is aan [gedaagde] om voldoende feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit volgt dat deze uitzondering van toepassing is. De door de kantonrechter te maken afweging of de tekortkoming de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, geschiedt aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
de tenzij-bepaling
4.4.
[gedaagde] heeft hiertoe aangevoerd dat hij een bijzondere binding heeft met het gehuurde door medische redenen (de woning is geschikt voor een rolstoelgebruiker), de contacten met de buurt en de nabijheid van supermarkten. Hij kan verder ook nergens terecht. Nu [gedaagde] zich voor februari 2025 en na oktober 2025 (weer) heeft gedragen als een goed huurder, zouden, aldus [gedaagde] , zijn belangen zwaarder moeten wegen dan de belangen die Wonen Limburg heeft bij een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
4.5.
Het verweer van [gedaagde] dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet is gerechtvaardigd slaagt niet. Hoewel mogelijk de beledigingen, intimidaties en bedreigingen inmiddels zijn gestopt, neemt dit niet weg dat deze zeer ernstig waren en een grote impact hebben (gehad) op de personen tegen wie de beledigingen, intimidaties en bedreigingen zijn gericht. En dat, zo [gedaagde] zelf stelt, enkel omdat hij zich niet gehoord voelde ten aanzien van gestelde gebreken in het gehuurde. Zo werkt het natuurlijk niet. Indien [gedaagde] last had van gebreken in het gehuurde en Wonen Limburg geen gehoor gaf aan zijn verzoeken, hadden [gedaagde] andere maatregelen tot zijn beschikking gestaan. [gedaagde] had de huurcommissie kunnen inschakelen en/of een procedure bij de kantonrechter kunnen starten. Het klakkeloos en constant intimideren en bedreigen van medewerkers van Wonen Limburg, de gemachtigde van Wonen Limburg, de werklui die namens Wonen Limburg in het wooncomplex aan het werk zijn en/of buurtbewoners, is uit den boze. [gedaagde] heeft nog gesteld dat hij hulp heeft aangevraagd, maar deze hulp ziet op niet meer dan op huishoudelijke hulp en hulp bij de verzorging. Deze hulp ziet in ieder geval niet op verbetering van het gedrag van [gedaagde] .
4.6.
Wat verder ook zij van de door [gedaagde] gestelde reden van zijn gedrag, het stoppen van de e-mails en telefoontje valt ook samen met het uitbrengen van de dagvaarding. Niet ondenkbaar is dan ook dat [gedaagde] toen heeft ingezien dat het menens was.
4.7.
Bovendien geldt natuurlijk dat de tekortkoming van [gedaagde] in het verleden niet ongedaan gemaakt wordt door zich nu als een goed huurder te gedragen.
4.8.
Wonen Limburg moet zorgen voor een zo veilig mogelijke en een zo ongestoord mogelijke leef- en werkomgeving. Door het gedrag van [gedaagde] heeft zij hieraan niet kunnen voldoen. Omdat het gaat om ernstige overlast, weegt het belang van Wonen Limburg bij beëindiging van de huurovereenkomst (en daarmee het waken voor de belangen haar medewerkers en door haar ingeschakelde derden) zwaarder dan het woonbelang van [gedaagde] .
conclusie
4.9.
De conclusie is dat de kantonrechter de huurovereenkomsten zal ontbinden en [gedaagde] zal veroordelen tot ontruiming van het gehuurde. De ontruiming zal worden bepaald op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
proceskosten
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Limburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
822,95
uitvoerbaarverklaring bij voorraad
4.11.
Wonen Limburg vordert het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij de beoordeling van een vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad geldt als maatstaf dat de belangen dienen te worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. [2]
4.12.
In het onderhavige geval behoort de belangenafweging uit te vallen in het voordeel van Wonen Limburg. [gedaagde] heeft zich op een wijze gedragen die ernstig in strijd is met goed huurderschap. Hoewel de beledigingen, intimidaties en (ernstige) bedreigingen thans vooralsnog gestopt zijn, geeft dat geen garantie voor de toekomst. De gedragingen van [gedaagde] waren zodanig ernstig dat dit grote impact heeft gehad en heeft op de getroffen personen. Wonen Limburg heeft er een zwaarwegend belang bij dat aan de huidige (dreigende) situatie, want gaat het binnenkort weer mis met [gedaagde] of niet, zo snel mogelijk een einde komt. Het woonbelang van [gedaagde] weegt daartegen niet op, al is het maar omdat hij herhaaldelijk gewaarschuwd is en gesommeerd is om zijn gedrag te verbeteren. Van Wonen Limburg kan niet verlangd worden de uitkomst van een eventueel in te stellen rechtsmiddel af te wachten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te [adres] te ontruimen en te verlaten, met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Limburg zijn, en deze woning ter vrije en algehele beschikking van Wonen Limburg te stellen,
5.3.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de parkeerplaats aan het [adres],
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de parkeerplaats te [adres] te ontruimen en te verlaten, met alle daarop aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Limburg zijn, en deze parkeerplaats ter vrije en algehele beschikking van Wonen Limburg te stellen,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 822,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.