De werknemer, vestigingsmanager sinds 2021, werd op 27 augustus 2025 op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming wegnemen van €30.000 van de werkgever. De werkgever baseerde het ontslag op camerabeelden en onregelmatigheden in overuren. De werknemer erkende de ontvreemding maar betwistte de onverwijldheid van het ontslag en verwees naar persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter oordeelde dat het wegnemen van geld een dringende reden vormt die het ontslag rechtvaardigt, ook los van de andere reden. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer wegen niet op tegen de ernst van de gedragingen. Het ontslag is onverwijld medegedeeld, aangezien de werkgever voortvarend heeft gehandeld na het ontstaan van het vermoeden en het onderzoek snel heeft afgerond.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en tot doorbetaling van loon wordt afgewezen. Wel wordt de werkgever veroordeeld om de loonstrook van augustus 2025 te verstrekken. De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd vanwege zijn verwijtbare handelen.