Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer bij Econocom Nederland B.V. wegens vermeende onregelmatigheden. De werknemer was sinds 2003 in dienst en had een hoge managementfunctie. Na een ziekmelding wegens burn-out werd een onderzoek ingesteld naar zijn gedragingen, waarbij meerdere ontslaggronden werden geformuleerd, waaronder het ontvangen van kick-backs, belangenverstrengeling en onrechtmatig gebruik van bedrijfsmiddelen.
Econocom gaf het ontslag op staande voet op 20 maart 2020 onder de voorwaarde dat de werknemer geen afdoende verklaring zou geven. Het hof oordeelde dat meerdere gronden een dringende reden vormden, maar stelde vast dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. Het hof vernietigde het ontslag en kende de werknemer een gefixeerde schadevergoeding toe.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte niet alle ontslaggronden betrokken heeft bij de beoordeling van de onverwijldheid, terwijl het ontslag op een samenstel van gronden was gebaseerd. Ook ontbrak een voldoende gemotiveerde beoordeling van de voortvarendheid van het onderzoek naar alle gronden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat bij samengestelde dringende redenen de rechter moet toetsen of de werkgever voldoende voortvarend heeft gehandeld ten aanzien van het gehele samenstel. Daarnaast wijst de Hoge Raad op de noodzaak van een gedegen en tijdige communicatie van onderzoeksbevindingen en een snelle beslissing over het ontslag op staande voet. De werknemer is veroordeeld in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling wegens onvoldoende voortvarendheid bij het ontslag op staande voet.