Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke vastlegging van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Wonen Zuid en een huurder over de betaling van huur en voorschot servicekosten voor een woonruimte. De huurder betaalde een verlaagd voorschotbedrag na een verzoek, maar Wonen Zuid stelde het voorschot later per ongeluk weer hoger, waarna het weer werd verlaagd. Wonen Zuid vorderde betaling van een huurachterstand inclusief incassokosten en rente.
De huurder voerde verweer dat het ging om een achterstand in stookkosten, niet huur. De kantonrechter oordeelde dat Wonen Zuid in strijd met artikel 21 Rv Pro niet alle relevante feiten volledig had aangevoerd, met name het verzoek tot verlaging van het voorschot en de foutieve verhoging. Hierdoor werd Wonen Zuid veroordeeld in de proceskosten van de huurder.
Juridisch werd vastgesteld dat de huurder gebonden was aan de verhoging van het voorschot per 1 januari 2025, omdat hij geen rechterlijke toetsing had gevraagd. De incassokosten werden afgewezen omdat het incassokostenbeding onredelijk bezwarend en oneerlijk was volgens Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:233 BW Pro. De wettelijke rente werd toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder veroordeeld tot betaling van huurachterstand en rente, incassokosten afgewezen, verhuurder veroordeeld in proceskosten wegens schending waarheidsplicht.