Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
aanschaf verdovende middelen (€ 233.867,10)en
contant geld (€ 49.550,-)meent de verdediging primair dat deze posten niet meegenomen kunnen worden in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat [verdachte] de verdovende middelen niet zelf heeft aangeschaft en het contante geld niet van hem is. Subsidiair meent de verdediging dat deze posten in mindering gebracht dienen te worden op de betalingsverplichting: bij betaling aan de Staat van dit bedrag wordt namelijk aan het herstellende karakter van de ontnemingsmaatregel voorbijgegaan. Ten aanzien van de posten
bankstortingen (€ 7.800,-)en
kassabonnen (€ 1.798,47)heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
29-3-2024 (owner): Ik ben ed niet. [medeverdachte] is thuis. Maar die heeft bezoek. Ze laat me weten als ze weg zijn.
29-3-2024 ( [contact 1] ): Kan ik [naam 4] niet langssturen (vraag [naam 4] ).
29-3-2024 (owner): Nee dat gaat niet. Is net het verkeerde bezoek
29-3-2024 ( [contact 1] ): Oke dan kijken we wel ff. Thnx
29-3-2024 (owner): Ik geef wel een seintje.
29-3-2024 ( [contact 1] ): Sorry jong die vrouw is zuchtig
29-3-2024 (owner): Je kunt nu gaan. Zijn net weg. Heb een duo voor je bewaard.
29-3-2024 ( [contact 1] ): Wat is een duo? Dan zorg ik at t gepast is.
29-3-2024 (owner): Duo is 2.
6-4-2024 (owner): Ja dat kan. Zal ik je wel naar mijn wederhelft moeten verwijzen.
6-4-2024 ( [contact 1] ) Oh dat is niet erg. Stuur ik mijn wederhelft.
6-4-2024 (owner): Het gebruikelijke?
21-3-2025 (owner): Gebruikelijk?
21-3-2025 ( [contact 1] ): Yes please
24-2-2025 (owner): Komt goed
24-2-2025 ( [contact 3] ): Als je tijd hebt mag je ook geheel bovenstaande voor 12.00 doen
24-2-2025 (owner): Doen we dat
de rechtbank begrijpt: [verdachte]), geboren op [geboortedatum 1] 1979 en [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1979.
onbekende contante ontvangsten. Het aangetroffen contante geldbedrag van in totaal
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt aan [verdachte] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1095 dagen.
mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P.W.E. Bekkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2026.