ECLI:NL:RBLIM:2026:290
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen voor behandeling als Wlz-indicatie tijdens beroepsprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ingediend, die door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen. Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op 13 januari 2026 de zitting gehouden en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De voorzieningenrechter constateert dat het medisch advies van het CIZ een cruciale rol speelt in de beoordeling van het bestreden besluit, maar dat essentiële informatie van de behandelend psychiater ontbreekt. Beide partijen worden verplicht om deze informatie alsnog te verkrijgen. Daarnaast is het van belang dat duidelijkheid komt over het traject van beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Gezien de ernstige verslechtering van de situatie van verzoeker, de onhoudbare thuissituatie en het belang van verzoeker, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe. Verzoeker zal gedurende de beroepsprocedure worden behandeld alsof hij een Wlz-indicatie heeft, zodat hij direct toegang krijgt tot passende zorg. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt gedurende de beroepsprocedure behandeld alsof hij een Wlz-indicatie heeft en verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.