Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
03.206091.25
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
In de zaak met parketnummer 03.062480.25 (met [slachtoffer 2] als aangeefster) heeft de officier van justitie aangevoerd dat geen sprake was van een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten, waardoor de seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal ethische norm en deze daarmee een ontuchtig karakter hebben.
In de zaak met parketnummer 03.271316.25 ( [slachtoffer 5] als aangeefster) heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de verklaring van de verdachte, dat de groepsleden in de Telegramgroep nep waren en hij deze als bots zelf gekocht had, op basis van het dossier volstrekt ongeloofwaardig is en daarom als zodanig aan de kant moet worden geschoven.
12 en 16 jaar oud, strafbaar. Dit artikel strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden zelf niet of onvoldoende in staat te zijn die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Volgens vaste jurisprudentie kan onder omstandigheden aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar het ontuchtig karakter ontbreken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en er sprake is van een affectieve relatie. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij de totstandkoming van artikel 245 van Pro het Wetboek van Strafrecht in dit opzicht als maatstaf voor ogen heeft gestaan of de desbetreffende seksuele handeling algemeen als sociaal-ethisch is aanvaard.
3 jaar. Dit leeftijdsverschil is op die leeftijd weliswaar niet per definitie als gering te bestempelen, maar is ook niet zo groot dat alleen dit leeftijdsverschil de rechtbank reeds tot oordeel brengt dat het seksuele contact tussen beiden als sociaal-ethisch onaanvaardbaar kan worden beschouwd.
facilitair coördinator van het [naam school 1] te Heerlen dat mijn fiets gesloten zou zijn.Deze fiets zou zijn teruggevonden en naar de facilitair coördinator zijn gebracht.
Op maandag 18 november 2024 omstreeks 08.25 uur parkeerde ik, vanuit de
studenteningang van de school gezien, mijn fiets achter de voetbalkooi in een van de
fietsenrekken. Mijn fiets heb ik op slot gezet door middel van een ringslot. Omstreeks 15.35 uur wilde ik naar mijn fiets toe lopen, ik liep nog in de gang van de
school toen ik hoorde dat de eigenaar van de zwart-blauwe elektrische fiets zich
moest melden bij de bovenbouw conciërge. Deze omschrijving herkende ik als mijn fiets en liep naar de bovenbouw conciërge. Hier zag ik mijn fiets staan. Ik sprak de
medewerkster aan dat dat mijn fiets was en ik opende het ringslot van mijn fiets.
Mijn fiets stond namelijk nog op slot en ik had mijn fietssleutel in mijn rugzak.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
- de aangifte van diefstal van een fatbike van [slachtoffer 3] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
- het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de drugs;
Heerlen. Ik liep samen met mijn vriendin [slachtoffer 5] naar de bus. We kwamen van het station en wilden naar de volgende bus. Ik zag ineens de ex vriend van [slachtoffer 5] , [verdachte] , op de roltrap vanaf het station naar het busstation komen. Ik hoorde dat [verdachte] hard schreeuwde naar ons. Hij riep dat hij met [slachtoffer 5] wilde praten. Ik hoorde dat hij riep: "kom praten dan". Ik riep: "Laat ons met rust." Ik
zag dat [verdachte] langs ons liep en voor ons kwam staan. Hij ging zo voor ons staan dat wij niet meer langs kwamen. Wij probeerden langs hem te lopen. Ik zag dat [verdachte] de tas van [slachtoffer 5] uit haar handen rukte. Ik zag dat [slachtoffer 5] de tas met haar rechterhand vasthad. Ik zag dat [verdachte] de tas met zijn rechterhand vastpakte en deze hard uit de hand van [slachtoffer 5] trok. Ik zag dat [verdachte] richting de roltrap naar het treinstation liep. Wij liepen achter hem aan en zeiden: "Geef de tas terug." Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Ik spuug je zo in je gezicht." We liepen door richting [verdachte] . Ik zag dat hij spuugde. Ik voelde dat de spuug helemaal over mijn gezicht kwam. Vlak hierna zag ik dat [verdachte] weer spuugde. Ik voelde dat de spuug alweer in mijn gezicht terecht kwam. Ik vond het heel goor dat ik in mijn gezicht gespuugd was. Ik walgde ervan. Ik voelde mij heel erg vies. Ik zag dat [verdachte] doorliep de roltrap op. Ik belde de Politie. Ik zag nog dat [verdachte] het station in liep. We zijn vervolgens het zicht op [verdachte] kwijtgeraakt. Kort hierna kwam de Politie.
[slachtoffer 5] is uitgegaan vanwege zijn controlerende gedrag. Ik weet dat hij [slachtoffer 5] ook
dreigde foto's en video's van seksuele handelingen openbaar te maken.
de beeldenvan beveiligingscamera’s bij het station te Heerlen bekeken en heeft daarover als volgt gerelateerd: [18]
De rechtbank begrijpt minuut, iedere keer dat uur wordt genoemd) een man, die aan het signalement voldoet, in beeld verscheen en richting de roltrappen liep.
12_12h40min00s000ms.mp4
Ik zag dat om 03:56 uur dezelfde man weer in beeld verscheen. Ik zag dat hij richting de roltrappen, die omhoog gaan, liep. Ik zag dat hij een lichtbruine handtas in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat hij zich om 04:00 uur omdraaide en richting een jongedame achter hem een spugende beweging maakte. Ik zag dat hij zich weer omdraaide en de roltrap omhoog liep. Ik zag dat hij om 04:08 uur de tas opende en een rood voorwerp, lijkend op een beurs of telefoon, uit de tas pakte. Ik zag dat hij zich omdraaide richting twee dames, een van de twee dames was in haar gezicht gespuugd. Ik zag dat hij het rode voorwerp omhoog hield en richtte naar de twee dames. Ik zag dat hij zich vervolgens omdraaide en uit beeld verscheen om 04:20 uur.
[slachtoffer 5] . (…) Ik hoorde dat het slachtoffer zei dat zij bezig was op het beeldmateriaal op een stickje te zetten om het fysiek aan het bureau af te geven. Ik kreeg van het slachtoffer aan het politiebureau in Heerlen het stickje.
mobiele telefoon van de verdachteonderzocht en heeft daarover het volgende gerelateerd: [20]
video, gemaakt van een scherm van een andere mobiele telefoon. Op het scherm worden foto's en video's in beeld gebracht welke in een fotoalbum staan. Dit fotoalbum is, zoals op de foto hierboven weergegeven, betiteld ' [nickname 2] X [slachtoffer 5] '. In deze map staan, aldus de foto hierboven, 11 foto's en 20 video's.
Gedurende het onderzoek, tevens volgens eigen verklaring van verdachte [verdachte] , is
' [nickname 2] ' een bijnaam van verdachte [verdachte] . [slachtoffer 5] betreft de voornaam van aangeefster
[slachtoffer 5] . Aldus de titel zullen dit foto's en video's zijn van verdachte [verdachte]
en aangeefster [slachtoffer 5] .
Op de video is te zien dat er iemand scrolt door deze map met foto's en video's.
Ik zie verschillende video's en foto's waarop onder andere een mannelijk
geslachtsdeel te zien is en een vrouw wat een man oraal bevredigd. Ook wordt deze
vrouw in lingerie of naakt weergegeven. Deze vrouw betreft aangeefster [slachtoffer 5] .
Deze map, van 11 foto's en 20 video's, betreffen dus inderdaad beelden van
aangeefster [slachtoffer 5] en hoogstwaarschijnlijk verdachte [verdachte] .
Deze video werd gemaakt met deze mobiele telefoon, in gebruik bij verdachte [verdachte] , op 6 oktober 2025. Dit is zes dagen vóór de aanhouding van verdachte [verdachte] .
zien is, staan er meerdere gelijke video's in deze map op deze mobiele telefoon.
Op die video's is onder andere te zien dat aangeefster [slachtoffer 5] een man oraal
bevredigd. Deze video's werden gemaakt met deze mobiele telefoon van verdachte
[verdachte] . Het is dus zeer aannemelijk dat de man welke bevredigd wordt door
aangeefster [slachtoffer 5] , verdachte [verdachte] is.
[slachtoffer 4] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
[slachtoffer 5] , waarop te zien was dat die [slachtoffer 5] handelingen van seksuele aard bij een ander verricht, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 5] kon zijn;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij heeft hij de oplegging gevorderd van de bijzondere voorwaarden zoals deze door de jeugdreclassering zijn verwoord. Mede gelet op het traject dat de verdachte momenteel heeft lopen bij de jeugdreclassering, is de officier van justitie bij het bepalen van de strafeis uitgegaan van de toepassing van het jeugdstrafrecht ex artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.
5 jaar oud is, pedagogische onmacht ervaren. Zijn vader kampt al 20 jaar met verslavingsproblematiek. Er zijn al veel instanties betrokken geweest bij het gezin, maar de thuissituatie blijft complex. De verdachte gaat vanaf 13-jarige leeftijd niet meer naar school, mede vanwege depressies en angsten. Hij heeft sinds kort een baan in de bouw via een uitzendbureau, wat maakt dat hij voor het eerst weer een dagbesteding heeft. Het softdrugsgebruik is enigszins gematigd. Verder is er sprake van een licht verstandelijke beperking, een gegeneraliseerde angststoornis en voorheen werden wisselend ADHD en ODD vastgesteld. Hij heeft zijn bewind stopgezet, omdat hij ervan overtuigd was dat hij de financiën zelf kan beheren. Hij accepteert begeleiding vanuit Via Jeugd. Daarnaast heeft hij een aantal verkennende gesprekken gehad bij Mondriaan rondom emotieregulatie, die hij wil voortzetten. Er ontstaat een beeld van de verdachte dat hij wel gemotiveerd is, maar bij de hand moet worden genomen. Het gebrek aan een ondersteunend netwerk speelt ook een rol bij de verdachte. Bovendien is de visie van de verdachte over relaties opvallend, waarin hij erg controlerend en zelfbepalend is, doch ervan overtuigd is dat dit normaal is. Mede hierdoor heeft de reclassering zorgen rondom de verdachte zijn beeld over relaties en seksualiteit. Een ambulant behandeltraject gericht op de seksuele ontwikkeling en seksueel delict gedrag is derhalve onder meer aangewezen. De reclassering schat de kans op recidive daarbij in als hoog. Zij adviseren dan ook een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Tenslotte is de verdachte bereid en in staat om een werkstraf te verrichten.
Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Hierbij zal zij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals die hierna in de beslissing zijn genoemd.
7.De benadeelde partijen
8.De vordering tenuitvoerlegging
3 september 2024 van de politierechter in de rechtbank Limburg onder parketnummer 03.014625.24 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 2 weken.
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 100 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 50 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze werkstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
- veroordeelt de veroordeelde tevens tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
Begeleiding door jeugdreclassering
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- veroordeelt de veroordeelde voor 03.206091.25 feit 2 tot een werkstraf voor de duur van 20 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 10 dagen;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Beslag
- 03.062480.25: 1 STK GSM (Omschrijving: PL2300-2024086136-G1748054, wit, merk: Apple);
- 03.271316.25: 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL2300-2025173245-G1846165, wit, merk: Apple);
- 03.271316.25: 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL2300-2025173245-G1846166, zwart, merk: Apple).
mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 maart 2026.
gehad ongeveer 9,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram
van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van
hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
een ander, te weten [slachtoffer 5] ,
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige
andere feitelijkheid gericht tegen die ander
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te dulden,
door (een screenshot van) een foto en/of video's van die [slachtoffer 5] , waarop
te zien was dat zij handelingen van seksuele aard bij een ander verricht, openbaar te
maken;