ECLI:NL:RBLIM:2026:389

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
ROE 25/3196
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing tegemoetkoming kinderopvangkosten op basis van SMI

Verzoekers hadden een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI), welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld werd afgewezen wegens onvoldoende eigen kracht van verzoekers.

De voorzieningenrechter twijfelde aan de deugdelijkheid van het onderzoek van het college en vond dat het college mogelijk niet voldoende had uitgezocht of verzoekers eigen mogelijkheden hadden om de kosten te dragen. Tijdens de zitting gaven verzoekers een invoelbaar groot belang aan bij het continueren van de opvang van hun dochter, wat in het kader van spoedeisendheid zwaar woog.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekers bij rust en continuïteit in het gezin zwaarder woog dan het belang van het college. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd het college opgedragen de tegemoetkoming te blijven betalen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.

Daarnaast werd het college verplicht het betaalde griffierecht aan verzoekers te vergoeden en een reiskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college moet de tegemoetkoming kinderopvangkosten blijven betalen tot zes weken na bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/3196

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

15 januari 2026 in de zaak tussen

[naam] , verzoekster

[naam], verzoeker
(tezamen verzoekers)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld,het college
(gemachtigden: mr. P.E.M. Jeukens, I. Kurtic en V. Coenen).

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van het college van de aanvraag van verzoekers voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie (SMI).
1.2.
Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 11 november 2025 afgewezen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers en de gemachtigden van het college.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en treft de voorlopige voorziening dat het college de tegemoetkoming voor de kosten van de kinderopvang moet blijven betalen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Het college heeft in het bestreden besluit de aanvraag van verzoekers voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een SMI afgewezen voor het jaar 2026. Daarbij heeft het college verwezen naar een analyseverslag. In het verslag staat dat verzoekers onvoldoende gezocht hebben naar een oplossing vanuit eigen kracht. De voorzieningenrechter heeft haar twijfels bij de deugdelijkheid van het onderzoek door het college. Betwijfeld wordt of het college wel voldoende heeft uitgevraagd naar de eigen mogelijkheden van verzoekers.
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. In deze zaak is er voor verzoekers een financieel belang. De voorzieningenrechter acht verder in het kader van de vereiste spoedeisendheid van belang dat verzoekers ter zitting een invoelbaar groot belang hebben geuit bij het continueren van de opvang van [naam] . Het is een onrustige tijd voor het gezin van verzoekers en ze zijn vooral gebaat bij rust en continuïteit waarbij de opvang in stand kan worden gelaten. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het belang van verzoekers bij de rust en continuïteit voor het gezin in dit geval zwaarder weegt dan het belang van het college. In bezwaar zal er nader onderzoek moeten plaatsvinden door het college.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook toe en treft de voorlopige voorziening dat het college de tegemoetkoming voor de kosten van de kinderopvang moet blijven betalen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
5.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient het college het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden. De vergoeding van de proceskosten vindt plaats volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekers hebben geen professionele gemachtigde, dus zij hebben hiervoor geen kosten gemaakt. Wel kent de voorzieningenrechter een vergoeding toe voor reiskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
  • bepaalt dat het college een reiskostenvergoeding van € 30,44 betaalt aan verzoekers;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 53,- aan verzoekers te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026 door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 16 januari 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.