Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 5
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
- er ontbreekt een bevestigingsbeugel voor de verwarming in de slaapkamer;
- deurspion kapot;
- de brandmelder functioneert niet;
- ventilatie-afzuigingsysteem werkt niet;”
“Bij de Huurcommissie loopt een procedure huurverlaging op grond van onderhoud, óf de Huurcommissie heeft hierover al uitspraak gedaan waarbij je gelijk hebt gekregen.”
De rookmelder is defect. De batterij kan niet door de huurder zelf worden vervangen, omdat deze ingebouwd is. Dit is een gebrek in de categorie C (nummer U1).
- Het verzoek van huurder is redelijk.
- De woonruimte heeft op 1 februari 2024 het volgend ernstige gebrek:
de rookmelder is defect. De batterij kan niet door de huurder zelf worden vervangen, omdat deze ingebouwd is. Dit is een gebrek in de categorie C (nummer U1)
De geldende huurprijs van € 452,20 per maand wordt vanaf 1 februari 2024 tijdelijk verlaagd tot € 180,88 per maand.
- Het verzet van de verhuurder is gegrond.
- De uitspraak van de voorzitter in zaaknummer 2402880 vervalt.
- De commissie doet direct uitspraak over het oorspronkelijke verzoek.
- De geldende huurprijs van € 452,20 per maand wordt vanaf 1 mei 2025 tijdelijk verlaagd tot € 361,76 per maand.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Wij gaan er hiermee vanuit dat alle zaken zijn afgedaan met dit voorstel.”Daarmee was voor Wonen Zuid de zaak finaal afgedaan. [huurder] heeft per e-mail van 30 januari 2024 verzocht om een aanvullende compensatie over de periode 1 tot en met 22 januari 2024. Wonen Zuid heeft daarop afwijzend gereageerd. Volgens Wonen Zuid is het onredelijk dat [huurder] nu nog een compensatie vordert over januari.
“Vriendelijk verzoek ik u derhalve om het bedrag ad € 889,10 (Kale huurprijs over de maanden november 2023, december 2023) aan mij terug te betalen (…).”Wonen Zuid is akkoord gegaan en heeft op 12 januari 2024 te kennen gegeven dat zij de zaak daarmee als afgedaan beschouwt. Nu [huurder] niet heeft laten weten dat hij met dat laatste akkoord was, kan uit deze e-mail bezwaarlijk worden afgeleid dat hij Wonen Zuid finale kwijting heeft verleend. Op het moment dat [huurder] de e-mail stuurde, waren alleen nog de maanden november en december verstreken en [huurder] heeft ook een e-mail verstuurd specifiek over die maanden. Ten aanzien van die maanden zijn partijen dan ook een regeling aangegaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van finale kwijting over de gehele periode dat er werkzaamheden aan de woning werden verricht om de wanden te stucen. [huurder] heeft immers niet bevestigend op de e-mail van Wonen Zuid gereageerd.
Kamerstukken II1999/2000, 26089, nr. 6, p. 11). Met andere woorden, voor een aanspraak op huurprijsvermindering moet de genotsvermindering van voldoende betekenis zijn, opdat deze de gedeeltelijke ontbinding en haar gevolgen rechtvaardigt.