Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
14 september 2023 heeft ingesteld. Dit beroep gaat er in de kern over dat verweerders gemeente volgens eiser stelselmatig brieven niet of veel te laat beantwoordt. Deze brieven gaan veelal over verschillende soorten door eiser ervaren overlast in en rondom het stadspark in Maastricht. Eisers woning is direct aan het stadspark gelegen.
Procesverloop
15 september 2023, beroep ingesteld.
4 oktober 2023 op eisers Woo-verzoek inzake het rapport van de parkregisseur (onderdeel iii).
Beoordeling door de rechtbank
€ 567,- aan eiser toegekend wegens het te laat beslissen
4 oktober 2023 op zijn handhavingsverzoek, verzocht om toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
4 oktober 2023 namelijk alsnog beslist op eisers Woo-verzoek en daarmee is het doel van het beroep niet tijdig bereikt. Voor het opleggen van een dwangsom aan verweerder voor het geval verweerder eisers brieven in de toekomst niet of niet tijdig beantwoordt ontbreekt een wettelijke grondslag. De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor in overweging 5.3 is geoordeeld. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij belang heeft bij een afzonderlijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek. Dit beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
15 september 2023) nog niet verstreken. Eisers beroep was ten aanzien van dit onderdeel dus prematuur en is reeds daarom niet-ontvankelijk.
- een vergoeding van € 10.000,- per brief van eiser in 2021 en 2022;
- een vergoeding van € 10.000,- per week vanaf 2023;
- betaling van facturen van ARAG en mediators en adviseurs;
- een vergoeding van € 100.000,- voor inkomstenderving;
- een nader te bepalen bedrag vanwege immateriële schade aan eisers gezin; en
- een wettelijke schadevergoeding.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers handhavingsverzoek van 24 april 2023 niet-ontvankelijk;
- verklaart het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 4 oktober 2023 op eisers handhavingsverzoek van 24 april 2023 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers verzoek op grond van de Woo inzake het rapport van de parkregisseur en de resultaten van de enquête niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers Woo-verzoek inzake alle documentatie, notulen, rapporten, aantekeningen en memo’s bij het rapport van de parkregisseur niet-ontvankelijk;
- wijst eisers verzoeken om schadevergoeding af;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van € 500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- verklaart zich onbevoegd om op het verzoek tot oplegging van een dwangsom aan verweerder bij het niet (tijdig) beantwoorden van toekomstige brieven of niet (tijdig) nemen van toekomstige besluiten te beslissen.