ECLI:NL:RVS:2024:1703
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing handhaving illegaal hekwerk op Balkenhaventerrein Zaandam
Op 24 maart 2020 wees het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatst hekwerk op het Balkenhaventerrein af. Het bezwaar van appellant werd op 19 januari 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat appellant wel belanghebbende is bij het verzoek om handhaving, omdat hij als zakelijk gerechtigde een rechtstreeks belang heeft bij het perceel waar het hekwerk staat. De rechtbank heeft ten onrechte appellant niet-ontvankelijk verklaard. Verder blijkt dat ten tijde van het besluit van 19 januari 2021 geen omgevingsvergunning voor het hekwerk was verleend, waardoor het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd.
Echter, het college heeft op de zitting toegelicht dat op 3 maart 2023 alsnog een omgevingsvergunning is verleend en onherroepelijk is geworden. Hierdoor is er geen sprake meer van een overtreding. De Raad van State bevestigt de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, appellant is belanghebbende, en het hekwerk heeft inmiddels een onherroepelijke vergunning waardoor geen overtreding meer is.