Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4143

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
C/03/349468 / HA RK 26-27
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArtikel 4 lid 2 onder e Wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking zittingscluster rechtbank Maastricht niet ontvankelijk verklaard

Op 10 februari 2026 diende verzoeker een verzoek tot wraking in tegen het zittingscluster van de rechtbank Maastricht, specifiek het team Toezicht, vanwege vermeende institutionele partijdigheid en schending van fundamentele rechten.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat wraking alleen mogelijk is tegen de individuele rechter die de zaak behandelt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden.

Omdat de wet geen mogelijkheid biedt om een heel zittingscluster te wraken, werd het verzoek niet in behandeling genomen en verklaard niet-ontvankelijk. De beslissing werd zonder mondelinge behandeling genomen en op 26 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van het gehele zittingscluster van de rechtbank Maastricht wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet dit niet toestaat.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/349468 / HA RK 26-27
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van “het zittingscluster rechtbank Maastricht”.

1.De procedure

Op 10 februari 2026 is bij de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking. Verzoeker wraakt het zittingscluster van de rechtbank Maastricht.

2.De beoordeling

Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het verzoek tot wraking van het zittingscluster van de rechtbank Maastricht (naar de wrakingskamer begrijpt: het zittingscluster van het team Toezicht) en de daarin genoemde lange geschiedenis van bewindvoering- van de verzoeker. Verzoeker spreekt in zijn gronden over ‘institutionele instrumentalisatie’, ‘actieve rechtsweigering’, schending van verdragsrechtelijke waarborgen’ en ‘fundamentele ontmenselijking en bestaansvernietiging binnen het bewindvoeringsregime’. Verzoeker concludeert dat de schijn van partijdigheid de individuele rechter overstijgt en het gehele cluster beslaat.
Een verzoek tot wraking dient te zijn gericht tegen de rechter die de zaak behandelt en de gronden voor wraking dienen feiten of omstandigheden te zijn die deze behandelend rechter betreffen. De wet biedt niet de mogelijkheid om het hele zittingscluster van de rechtbank te wraken, zodat het verzoek om die reden niet in behandeling kan worden genomen. Hieruit volgt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Gelet op artikel 4, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg zal de wrakingskamer dit bepalen zonder mondelinge behandeling ter zitting.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, mr. R.A J van Leeuwen en
mr. H.M.J. Quaedvlieg, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken
op 26 februari 2026.