ECLI:NL:RBLIM:2026:4242

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
ROE 25/1056
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.5 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in schadevergoeding wegens registratie in Fraude Signalering Voorziening

Eiser heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend bij de Belastingdienst wegens schade door opname van zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Na afwijzing van dit verzoek door de minister van Financiën en het instellen van bezwaar en beroep, heeft de rechtbank Limburg het beroep behandeld.

De rechtbank heeft het verzoek van eiser om het onderzoek te heropenen afgewezen, omdat nieuwe informatie over een datakluis geen invloed heeft op de bevoegdheid van de rechtbank. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat zij niet bevoegd is om op het beroep te beslissen, verwijzend naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die stelt dat in dergelijke zaken alleen de civiele rechter bevoegd is.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst erop dat eiser zijn schadevordering bij de burgerlijke rechter moet instellen. Het betaalde griffierecht wordt aan eiser terugbetaald, en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst eiser naar de civiele rechter voor zijn schadevordering.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/1056

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.C.S. Grégoire),
en

de minister van Financiën

(gemachtigden: mr. M.A.N. van de Kerkhoff, mr. M.M.J. Hoek).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser [1] tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de minister deelgenomen.
2. Na sluiting van het onderzoek heeft eiser de rechtbank verzocht het onderzoek te heropenen. Reden hiervoor is dat onlangs bekend is geworden dat een zogenoemde datakluis is gevonden die onder andere wordt doorzocht op het dossier FSV (Fraude Signalering Voorziening).
3. De rechtbank heeft in het verzoek geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en wijst het verzoek af. Wat eiser aanvoert geeft geen reden te oordelen dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest. Dit alleen al omdat het aantreffen van die datakluis en wat daar uit zou kunnen komen niet tot een andere uitkomst van deze zaak kan leiden gelet op de vraag die in deze zaak voorligt.

Beoordeling door de rechtbank

Wat ging aan het instellen van het beroep vooraf?
4. Eiser heeft met zijn brief van 4 februari 2022 een verzoek om schadevergoeding bij de Belastingdienst ingediend voor schade die hij stelt te hebben geleden door opname van zijn persoonsgegevens in de FSV. Met de brief van 1 augustus 2024 heeft de minister eiser laten weten dat hij het verzoek afwijst. Tegen deze brief heeft eiser bezwaar gemaakt. Met de brief van 29 oktober 2024 heeft de minister eiser laten weten dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, dat hij de brief van 1 augustus 2024 intrekt en opnieuw op het verzoek om schadevergoeding gaat beslissen. Tegen de brief van 29 oktober 2024 heeft eiser beroep ingesteld. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer ROE 24/4783. [2]
5. Met de brief van 28 maart 2025 heeft de minister eiser opnieuw laten weten dat hij het verzoek om schadevergoeding afwijst. Tegen deze brief is dit beroep gericht.
Is de rechtbank bevoegd om op het beroep te beslissen?
6. De rechtbank moet zaken van openbare orde ambtshalve beoordelen. Of zij bevoegd is om op het beroep te beslissen is een zaak van openbare orde.
De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is om op het beroep te beslissen. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024 (de Afdeling). [3] De Afdeling heeft in die uitspraak geoordeeld dat de bestuursrechtelijke weg in een geval als dit niet openstaat en dat hierover alleen bij de burgerlijke rechter kan worden geprocedeerd. De Afdeling heeft uitgebreid toegelicht hoe zij tot dit oordeel komt. De rechtbank ziet daarin reden te volstaan met een verwijzing naar die uitspraak. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan wat eiser in beroep aanvoert.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank mag niet op het beroep beslissen. Over de schade die eiser stelt te hebben geleden kan hij alleen een vordering bij de burgerlijke rechter instellen.

Griffierecht en proceskosten

8. Omdat de rechtbank niet bevoegd is om op het beroep te beslissen zal de griffier het griffierecht dat eiser voor de behandeling van het beroep heeft betaald aan eiser terug laten betalen. [4] Voor een proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart:
-zich onbevoegd om op het beroep te beslissen;
-dat over de schade die eiser stelt te hebben geleden alleen een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W.C.M. Frings, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 1 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Voor een betere leesbaarheid van de uitspraak noemt de rechtbank eiser in de uitspraak ook als daar zou moeten staan de
2.De rechtbank doet tegelijk uitspraak op dat beroep.
4.Zie artikel 2.5, lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken.