ECLI:NL:RVS:2024:2891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onbevoegdheid bestuursrechter bij schadevergoeding wegens onrechtmatige gegevensverwerking Belastingdienst
De zaak betreft een verzoek van appellant om schadevergoeding wegens onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) door de Belastingdienst. De staatssecretaris van Financiën wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van het causaal verband en verklaarde zich niet-ontvankelijk in het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat de bestuursrechter niet bevoegd is te oordelen over verzoeken om schadevergoeding die voortvloeien uit feitelijke handelingen van de Belastingdienst, zoals de verwerking van persoonsgegevens in de FSV. Dit volgt uit het toepasselijke oude recht en de uitsluiting van titel 8.4 Awb voor de Belastingdienst.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart deze onbevoegd. De Afdeling wijst erop dat alleen de civiele rechter bevoegd is om de vordering van appellant te beoordelen. Tevens veroordeelt de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten.
Uitkomst: De bestuursrechter is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding; alleen de civiele rechter is bevoegd.