Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in reconventie,
2.De feiten
3.Het geschil
Primair: nietig is op grond van art. 3:40 lid 2 BW Pro, althans dat de daarin opgenomen bepalingen zoals onder punt 26 en 27 van de dagvaarding zijn opgenomen nietig zijn, zodat de overeenkomst als geheel geen rechtsgevolg kan hebben, althans dat de overeenkomst op grond van art. 3:40 lid 2 BW Pro vernietigd dient te worden nu de overeenkomst naar haar strekking in strijd is met de wet;
Subsidiair: bij schrijven d.d. 28 maart 2025 buitengerechtelijk is vernietigd op grond van art. 3:44 lid 4 BW Pro (misbruik van omstandigheden), althans deze te vernietigen op grond van art. 3:44 lid 4 BW Pro;
Meer subsidiair: bij schrijven d.d. 28 maart 2025 buitengerechtelijk is vernietigd op grond van art. 6:228 BW Pro (dwaling), althans deze te vernietigen op grond van art. 6:228 BW Pro;
Nog meer subsidiair: nietig is, althans buiten toepassing blijft wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid op grond van art. 6:248 BW Pro en daaraan aldus geen rechtsgevolgen kunnen worden ontleend;
- de auto merk Ford, type Focus met [kenteken 1] , zonder nadere verrekening;
- de woning tegen de openstaande hypotheeksom, althans tegen de WOZ-waarde onder de voorwaarde dat:
4.De beoordeling
16 november 2024 tussen partijen geslotenovereenkomst en vordert verdeling op basis van de wet. De vorderingen in reconventie zijn gebaseerd op contractuele verbintenissen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Op de niet op de overeenkomst gebaseerde vorderingen is de Rome-II verordening van toepassing. [6] Daaruit volgt [7] (eventueel in samenhang met artikel 10:159 BW Pro) dat op die vorderingen Nederlands recht van toepassing is. Voor wat betreft de verdeling van de woning volgt dat uit artikel 10:127 BW Pro. Op de vorderingen die zijn gebaseerd op contractuele verbintenissen (uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst) is van toepassing de Rome-I Verordening. [8] Daaruit volgt dat ook op die vorderingen Nederlands recht van toepassing is. [9]
in verband met het beindigen [sic] van hun relatie de volgende zaken zijn overeengekomen”. Samengevat worden vervolgens de volgende afspraken genoemd [nummering aangebracht door de rechtbank]:
ondanks zijn vertrek, voor onbepaalde tijd stilzwijgend samen met mevr. [de vrouw] deze hypotheek aanhouden, zodat mw. [de vrouw] de mogelijkheid heeft in deze woning te blijven’. Nu dat in strijd is met een dwingende wetsbepaling is [de vrouw] van mening dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat de afspraak tussen partijen om de verdeling uit te sluiten geldt voor vijf jaar. [de man] bestrijdt dit. [de man] stelt dat de afspraken de strekking hadden om [de vrouw] en haar kinderen tijdelijk in de woning te laten wonen. Volgens [de man] is het nimmer de zijn bedoeling geweest dat [de vrouw] (op grond van deze afspraken) in de woning zou blijven, terwijl [de man] hieraan tot in lengte der dagen verbonden zou blijven. De rechtbank overweegt dat [de vrouw] dit in feite ook erkent, zij stelt immers dat sprake was van een gebruiksrecht tot de woning zou worden verkocht of tot het moment dat zij de bestaande hypothecaire lening zou kunnen overnemen. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat partijen met de gemaakte afspraken nimmer beoogd hebben de bevoegdheid tot het vorderen van verdeling (voor vijf jaar) uit te sluiten als bedoeld in artikel 3:178 lid 5 BW Pro.
- de woning;
- de gemeenschappelijke bankrekeningen
- [rekeningnummer 1] (Rabo Totaalrekening) ad € 103,30 en
- [rekeningnummer 2] (Rabo SpaarRekening) ad € 5.000,-.
5.De beslissing
- overname van de volledige hypotheekschulden (en eventuele daaruit ontstane betalingsachterstanden) door [de vrouw] ,
- vergoeding door [de vrouw] aan [de man] van de helft van de overwaarde,
- betaling van de (notariële) kosten verbonden aan de overname van de woning door [de vrouw] .
- dat beide partijen hun medewerking dienen te verlenen aan het geven van de opdracht aan voornoemde makelaar dan wel de in onderling overleg bepaalde makelaar, waaronder begrepen de verplichting om hun handtekeningen te zetten onder de benodigde stukken en veroordeelt partijen over en weer tot betaling van een dwangsom van € 500,-, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij hier niet aan voldoen, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt,
- dat partijen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst zullen aangaan met degene die de hoogste prijs biedt, indien en voor zover partijen het erover eens zijn dat die prijs de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, dan zullen zij zich conformeren aan het advies van de makelaar, op straffe van een dwangsom van € 500,-, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij hier niet aan voldoen, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt,
- dat ieder van partijen gehouden is om de helft van de kosten van de makelaar en de overige kosten ter zake de verkoop en levering van de woning te dragen,