ECLI:NL:HR:2013:BY4279
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en peildatum waardering bij ontbinding huwelijk
De zaak betreft de verdeling van de algehele huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen die op 16 januari 1975 in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en waarvan het huwelijk op 21 juli 2004 is ontbonden. De kern van het geschil is de vaststelling van de peildatum voor de waardering van de boedelbestanddelen en de vraag of partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling in de zin van artikel 3:182 BW Pro.
De rechtbank stelde de peildatum voor de waardering vast op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, 21 juli 2004, en oordeelde dat partijen het eens waren over de toedeling van de boedelbestanddelen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en veroordeelde de man tot betaling van een bedrag wegens overbedeling met wettelijke rente vanaf die datum.
In cassatie stelde de man dat de peildatum onjuist was en later moest worden vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke verdeling met wederzijdse instemming niet automatisch inhoudt dat partijen het eens zijn over de financiële consequenties, en dat de wettelijke rentevergoeding alleen verschuldigd is bij verzuim. De beschikking van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat de hoofdregel is dat de peildatum voor waardering de datum van verdeling is, tenzij partijen anders overeenkomen of de eisen van redelijkheid en billijkheid een afwijking rechtvaardigen. De peildatum kan niet eerder liggen dan het moment van ontbinding van de gemeenschap van goederen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Den Haag, waarbij wordt bevestigd dat de peildatum voor waardering de datum van ontbinding is tenzij anders overeengekomen.