Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht, hierna te noemen: de raad.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de zijde van de moeder, binnengekomen op
- het ‘verweerschrift jegens het verzoek tot wijziging kinderalimentatie, tevens houdende een zelfstandig verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie’ (met bijlagen) van de zijde van de vader, binnengekomen op 3 november 2023;
- het ‘verweerschrift tegen zelfstandig verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie’ (met bijlagen) van de zijde van moeder, binnengekomen op 27 december 2023;
- het F9-formulier (met bijlagen) van de zijde van de moeder, gedateerd 4 december 2025;
- de ‘aanvullende onderbouwing kinderalimentatie tevens houdende vermeerdering van de verzoeken, verweer zorgregeling en tevens houdende zelfstandige verzoeken’ (met bijlagen) van de zijde van de vader, binnengekomen op 24 december 2025;
- de brief (met bijlagen) van de zijde van de moeder, gedateerd 9 januari 2026;
- het F9-formulier (met bijlagen) van de zijde van de moeder, gedateerd 12 januari 2026;
- het F9-formulier (met bijlage) van de zijde van de moeder, gedateerd 15 januari 2026.
19 januari 2026. Daarbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door mr. Cohen;
- de vader, bijgestaan door mr. Laumans;
- een medewerker van de raad.
2.De feiten
- [jongmeerderjarige] , geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2008;
- [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2010;
- [minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2017.
- De ouders zullen in onderling overleg invulling geven aan de vakanties buiten de zomervakantie. Hierbij zullen ze streven naar een gelijkwaardige verdeling van 50% / 50%. Vanwege de onderneming van vader is het voor hem niet mogelijk om elke vakantie het op deze manier te doen. Wel heeft vader het recht om de kinderen 50% van iedere vakantie te zien voor omgang. Ouders zullen dit in onderling overleg en op tijd bespreken. Moeder is ermee akkoord dat het niet elke vakantie op deze manier zal gaan. Indien vader geen vrij heeft in een vakantie geldt het reguliere omgangsschema. [..]”
De kosten van de kinderen zijn door de ouders volgens bijlage begroot op € 936,- en de ouders zullen naar rato van hun draagkracht daarin bijdragen. Een berekening in verband met deze onderhoudsvoorziening is opgesteld op d.d 27 juli 2022 en bijgevoegd in bijlage 2.
Met ingang van datum inschrijving echtscheiding bij de burgerlijke stand en zolang de kinderen minderjarig zijn en bij de moeder wonen, betaalt de vader een alimentatie voor de kinderen van € 250,- per kind per maand. Deze alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1januari 2023.
De vader betaalt de kinderalimentatie aan de moeder (hoofdverzorgende ouder). Partijen dragen ieder de eigen kosten van inwoning van de kinderen wanneer zij bij hen zijn. De moeder betaalt de kindgebonden kosten.
2. Vader en moeder spreken af dat een bedrag van € 25,- per maand voor sport staat bij de kinderalimentatie per kind. Hiermee wordt bedoeld de contributiekosten. De contributiekosten buiten dit bedrag zullen door ouders bij helfte worden verdeeld.
3. De kosten met betrekking tot het dansen van [minderjarige 1] worden tussen vader en moeder bij helfte verdeeld. Hiermee worden alle gemaakte kosten bedoeld die niet onder de contributie vallen.
In bijlage 3 worden er voorbeelden gegeven hoe vader en moeder bovenstaande afspraken uitrekenen en overeenkomen met elkaar.
[
rechtbank: opsomming bankrekeningen t.n.v. de individuele kinderen]
Het is de bedoeling van de ouders om het saldo van de bankrekeningen ten name van de kinderen ten goede te laten komen aan de kinderen. Ieder van de ouders zal hierop op toezien. Zolang de kinderen minderjarig zijn wordt dit bedrag alleen aangewend met toestemming van beide ouders. Indien een ouder zonder afstemming met de andere ouder een opname doet voor eigen gebruik van een bankrekening op naam van een kind, dan is deze ouder verplicht op het eerste verzoek van de andere ouder het opgenomen bedrag aan het desbetreffende kind te vergoeden.
De moeder beheert de bankrekeningen ten name van de kinderen en zij zal op eerste verzoek van de andere ouder inzage verschaffen in (het verloop van) deze rekeningafschriften.
Het staat ieder van de ouders vrij om een nieuwe (spaar)rekening te openen op naam of ten behoeve van (een van) de kinderen.
3.Het geschil
Subsidiair:
Zorgregeling / overige verzoeken
4.De beoordeling
- in de even jaren gedurende de eerste drie aaneengesloten volledige weken van de zomervakantie bij de vader zullen verblijven en dat zij in de daaropvolgende drie aaneengesloten volledige weken bij de moeder zullen verblijven;
- in de oneven jaren gedurende de eerste drie aaneengesloten volledige weken van de zomervakantie bij de moeder zullen verblijven en dat zij in de daaropvolgende drie aaneengesloten volledige weken bij de vader zullen verblijven.
[geboortedag 1] 2026, (jong)meerderjarig geworden. Hoewel tussen de ouders als zodanig niet in geschil is dat zij vanaf dat moment verplicht zijn om te voorzien in de kosten van zijn levensonderhoud en studie, stelt de rechtbank vast dat de ouders zich niet nader hebben uitgelaten met betrekking tot de omvang van de behoefte [jongmeerderjarige] als jongmeerderjarige. Bij gebreke daarvan gaat de rechtbank er in redelijkheid van uit dat de behoefte van [jongmeerderjarige] vanaf het moment dat hij (jong)meerderjarig is geworden, niet is gewijzigd en derhalve onverminderd gelijk is gebleven aan de behoefte van de minderjarige [minderjarige 1] en de minderjarige [minderjarige 2] .
€ 4.472,00 =) € 110.368,00 bruto per jaar.
€ 47,50 bruto per uur telt en voor particulieren € 50,00 bruto per uur. Verder merkt de vader nog op dat hij vijf dagen per week werkt en dat hij meestal rond 8.00 uur bij de klant begint – soms iets eerder en soms iets later, afhankelijk van de afstand – en dat hij probeert om om 17.00 uur weer thuis te zijn. Daarbij stelt de vader dat hij werkzaamheden tot Eindhoven aanneemt en ongeveer 30 minuten tot 1 uur reistijd per dag heeft. Vanwege deze reistijd is de vader naar eigen dan ook niet gedurende acht uren per dag productief en kan hij derhalve ook niet acht uur per dag declareren. Bovendien gaat volgens de vader van zijn omzet ook nog kosten af.
€ 48,75, hetgeen uitkomt op een bedrag van € 78.488,00.
€ 57.127,00 per jaar en daarbij nagenoeg gelijk is aan het begrote resultaat in 2025
(€ 61.207,00). Gelet daarop ziet de rechtbank, anders dan de moeder, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de door vader overgelegde jaarstukken dan wel om uit te gaan van een hoger (fictief) resultaat. De rechtbank zal bij het bepalen van het NBI van de vader dan ook uitgaan van een winst uit onderneming van € 57.127,00 per jaar.
[€ 3.335,00 - (0,3 x € 3.335,00 + 1.270)] = € 746,00 per maand. De rechtbank verwijst naar de berekening in bijlage 1 bij deze beschikking.
- een WOZ-waarde van de eigen woning van de moeder van € 224.000,00;
- een bedrag van € 10.307,00 aan betaalde rente op de hypothecaire geldlening die aan de eigen woning is verbonden.
€ 27.103,00 per jaar, oftewel € 2.259,00 afgerond per maand en voor de periode van 1 juli 2025 tot [geboortedag 1] 2026, op € 31.435,00 per jaar, oftewel € 2.620,00 per maand en vanaf
[geboortedag 1] 2026 op € 28.283,00 per jaar oftewel € 2.357,00 per maand. Daarbij gaat de rechtbank voor alle periodes uit van de tarieven 2024-1, gelet op de ingangsdatum.
€ 2.259,00 + 1.270)] = € 455,00 afgerond per maand, gedurende de periode van 1 juli 2025 tot [geboortedag 1] 2026 70% van [€ 2.620,00 - (0,3 x € 2.620,00 + 1.270)] = € 395,00 afgerond per maand en vanaf [geboortedag 1] 2026 70% van [€ 2.357,00 - (0,3 x € 2.357,00 + 1.270)] = € 266,00 afgerond per maand. De rechtbank verwijst naar de berekening in bijlages 2 tot en met 4 bij deze beschikking.
1 juli 2025 en gedurende de periode van 1 juli 2025 tot [geboortedag 1] 2026 voldoende is om in het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de drie kinderen te voorzien, kan de vader zijn zorgkorting tijdens die periodes volledig verzilveren.
- met ingang van 1 mei 2024 tot 1 juli 2025 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie kinderen te voldoen van (€ 484,00 : 3 =) afgerond € 161,00 per kind per maand;
- met ingang van 1 juli 2025 tot [geboortedag 1] 2026 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie kinderen te voldoen van (€ 517,00 : 3 =) afgerond € 172,00 per kind per maand;
- met ingang van [geboortedag 1] 2026 een bijdrage in de kosten van verzorging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en een bijdrage in de kosten levensonderhoud en studie van [jongmeerderjarige] te voldoen van (€ 599,00 : 3 =) afgerond € 200,00 per kind per maand.
5.Beslissing
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even jaren gedurende de eerste drie aaneengesloten volledige weken van de zomervakantie bij de vader zullen verblijven en dat zij in de daaropvolgende drie aaneengesloten volledige weken bij de moeder zullen verblijven;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de oneven jaren gedurende de eerste drie aaneengesloten volledige weken van de zomervakantie bij de moeder zullen verblijven en dat zij in de daaropvolgende drie aaneengesloten volledige weken bij de vader zullen verblijven;
- dat de ouders de kerstvakanties in goed onderling overleg bij helfte dienen te verdelen, waarbij geldt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van kerstavond tot en met het avondeten op eerste kerstdag bij de vader verblijven, waarna de kinderen na het avondeten, vanaf 19.00 uur bij de moeder verblijven tot en met het avondeten op nieuwjaardag, waarna de kinderen na het avondeten, vanaf 19.00 uur voor de resterende dagen van de kerstvakantie naar de vader gaan;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even jaren tijdens de carnavalsvakantie bij de moeder verblijven en in de oneven jaren bij de vader;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even jaren tijdens de herfstvakantie bij de vader verblijven en in de oneven jaren bij de moeder;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even jaren tijdens de eerste week van de meivakantie bij de moeder verblijven en tijdens de tweede week bij de vader, en dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de oneven jaren tijdens de eerste week van de meivakantie bij de vader verblijven en tijdens de tweede week bij de moeder;
- dat de afspraak tussen de ouders zoals verwoord in artikel 6.3 van het ouderschapsplan vervalt;
- het bedrag dat de vader aan de moeder moet betalen ter zake de verzorging en opvoeding van de minderjarige [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nader op:
- het bedrag dat de vader aan de moeder moet betalen ter zake de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nader op:
- het bedrag dat de vader aan de [jongmeerderjarige] moet betalen ter zake zijn kosten van levensonderhoud en studie nader op: