ECLI:NL:RBLIM:2026:5156

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
11778027 \ CV EXPL 25-2981
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Burenruzie over camera’s en bomen met vorderingen tot verwijdering en aanpassing

Partijen zijn buren met een slechte verstandhouding en meerdere juridische procedures. Eisers vorderen onder meer het verwijderd houden van bomen binnen een verboden zone, verwijdering of aanpassing van camera’s, schadevergoeding voor vernieling van hekwerk en betaling van kadasterkosten.

De kantonrechter oordeelt dat de bomen inmiddels zijn verwijderd maar dat het belang van eisers bij het voorkomen van nieuwe beplanting blijft bestaan, en veroordeelt gedaagde tot het verwijderd houden van bomen met een dwangsom. De vordering tot schadevergoeding wegens vernieling van het hekwerk wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en betwisting door gedaagde.

De vordering tot betaling van de helft van de kadasterkosten wordt afgewezen omdat geen duidelijke afspraak is vastgesteld. Ten aanzien van de camera’s oordeelt de kantonrechter dat de terrascamera een inbreuk op de privacy vormt, maar dat het gerechtvaardigde belang van gedaagde zwaarder weegt; gedaagde wordt veroordeeld de camera aan te passen conform eerdere afspraken. De deurbelcamera wordt niet verwijderd omdat deze geen onrechtmatige inbreuk maakt.

De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijderd houden van bomen en aanpassing terrascamera, overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11778027 \ CV EXPL 25-2981
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van

1.[eiser 1],

te [plaats],
2.
[eiser 2],
te [plaats],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
gemachtigde: Stichting VvAA Rechtsbijstand, mr. B.M. Rol,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. D.O.M. Klinkers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 december 2025
- de akte overlegging producties van [eisers]
- het proces-verbaal van de descente/mondelinge behandeling van 3 maart 2026
- de akte tevens wijziging van eis van [eisers]
- de akte van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn buren van elkaar. Zij hebben geen goede verstandhouding en zijn de afgelopen jaren verwikkeld geraakt in verschillende juridische procedures.
2.2.
Aan [gedaagde] is bij testamentair legaat het recht van gebruik en bewoning van de woning verstrekt.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen bij vonnis (na eiswijziging), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
  • tot het verwijderd houden van bomen en/of andere beplanting binnen de verboden zone, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag dat [gedaagde] in gebreke raakt;
  • tot verwijdering van alle camera’s inclusief videodeurbellen, of althans verplaatsing op dusdanige wijze dat er geen beelden en/of geluidsopnamen van [eisers] gemaakt kunnen worden, zowel op hun eigen erf als op de openbare weg ofwel andere plekken, binnen één maand na het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag en elke camera dat [gedaagde] in gebreke blijft hieraan te voldoen;
  • tot betaling van de schade naar aanleiding van vernieling van het hekwerk aan [eisers], te weten € 555,00, binnen twee weken na het vonnis;
  • tot betaling van de helft van de kosten van het kadaster aan [eisers] te weten € 260,00, binnen twee weken na het vonnis;
  • in de kosten van deze procedure en indien betekening van het vonnis nodig blijkt te zijn, de daarmee gepaard gaande nakosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bomen
4.1.
[eisers] hebben de vordering tot verwijdering van de bomen binnen de verboden zone ingetrokken, omdat [gedaagde] deze bomen (inmiddels) heeft verwijderd. [eisers] handhaven de vordering tot het verwijderd houden van de bomen/beplanting. [eisers] hebben aan deze vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] afspraken/uitspraken niet nakomt en het voor [eisers] van belang is dat [gedaagde] niet opnieuw bomen/heesters plaatst in de verboden zone.
4.2.
Hiertegen heeft [gedaagde] aangevoerd dat - anders dan [eisers] suggereert - hij zich aan gemaakte afspraken en rechterlijke uitspraken houdt. [gedaagde] heeft niet de intentie om nieuwe bomen te planten. Vóór dagvaarding heeft een bomenspecialist vijf grote wilgenbomen verwijderd. Omdat de vordering van [eisers] onvoldoende onderbouwd is, dient deze afgewezen te worden, aldus [gedaagde].
De kantonrechter kan [gedaagde] hierin niet volgen en legt dit hierna uit.
4.3.
Tijdens de descente/mondelinge behandeling is komen vast te staan dat [gedaagde] zowel voor alsook na dagvaarding bomen/beplanting die binnen de verboden zone stonden, heeft verwijderd. De kantonrechter is er gelet op de problematiek tussen partijen en hun voorgeschiedenis dan ook niet van overtuigd dat dit probleem is opgelost.
[eisers] hebben daarmee voldoende belang bij toewijzing van hun vordering. De kantonrechter zal om hiervoor genoemde redenen (zoals verzocht) een dwangsom verbinden aan de veroordeling en wel op de wijze als hierna vermeld.
Vernieling hekwerk
4.4.
[eisers] vorderen schadevergoeding van € 555,00 vanwege vernieling van hun hekwerk.
[eisers] stellen dat de echtgenote van [gedaagde] hun hekwerk heeft vernield. Er is daarom sprake van een onrechtmatige daad. Dit hekwerk stond kadastraal gezien geheel op het erf van [eisers]. De schade bedraagt € 555,00. [gedaagde] is als legaathouder aansprakelijk voor lasten en herstellingen en als echtgenoot ook voor vernielingen van mevrouw [gedaagde], aldus [eisers].
4.5.
[gedaagde] betwist dat zijn echtgenote het hekwerk heeft vernield. Daarnaast wijst hij erop dat zijn echtgenote niet is gedagvaard en dat de schade niet is onderbouwd.
4.6.
De kantonrechter zal deze vordering afwijzen en legt dit als volgt uit.
4.7.
Nog geheel daargelaten de vraag of [gedaagde] kan worden aangesproken voor gedragingen van zijn echtgenote, is de kantonrechter van oordeel dat - gelet op de gemotiveerde betwisting zijdens [gedaagde] - de door [eisers] overgelegde foto’s en geluidsopnamen een onvoldoende onderbouwing zijn van hun stelling dat de echtgenote van [gedaagde] het betreffende hekwerk heeft vernield. Hoewel op de foto de echtgenote van [gedaagde] te zien is bij het hekwerk, kan de kantonrechter daaruit niet afleiden dat zij het hekwerk waarover [eisers] spreken (hun eigendom) aan het vernielen is. Dit geldt ook voor de geluidsopname. Reeds om deze reden dient de vordering daarom afgewezen te worden.
Kosten kadaster
4.8.
[eisers] vorderen betaling van de helft van de kosten van het kadaster van € 260,00. [eisers] hebben bij dagvaarding gesteld dat partijen hebben afgesproken, dat zij beide de helft van de kosten van het kadaster zouden voldoen en dat [gedaagde] hieraan niet voldaan heeft. Bij repliek hebben [eisers] gesteld dat door de gemachtigde van [gedaagde] de indruk is gewekt dat [gedaagde] de helft zou betalen van deze kosten. [gedaagde] heeft volgens [eisers] meerdere keren impliciet erkend de helft te betalen, en bovendien waren de kosten nodig omdat [gedaagde] anders niet zou meewerken. Hoewel [eisers] van mening is dat [gedaagde] op grond hiervan alle kosten van het Kadaster zou moeten betalen (immers was de meting van de landmeter exact gelijk aan die van het Kadaster), vordert [eisers] de helft van de kosten.
4.9.
[gedaagde] betwist dat partijen de door [eisers] gestelde afspraak hebben gemaakt.
De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin en legt dit hierna uit.
4.10.
De kantonrechter stelt vast dat op [eisers] de stelplicht en bewijslast rust van hun stelling dat partijen hebben afgesproken dat de kadasterkosten bij helfte verdeeld worden. [eisers] hebben ter onderbouwing van deze stelling verwezen naar:
  • de brief van de gemachtigde van [gedaagde] van 14 november 2023, waarin is opgenomen: “
  • een whatsapp-bericht van de heer [naam], die door [gedaagde] werd ingeschakeld als mediator (hetgeen vervolgens niet tot stand is gekomen). De heer [naam] bevestigt dat [gedaagde] de helft van de kosten van het Kadaster wilde betalen (productie 13).
  • de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde] van 26 april 2024, waarin is vermeld,:
4.11.
Hoewel de kantonrechter op grond van deze berichten kan afleiden dat partijen hebben gesproken over het delen van de kadasterkosten, kan hij echter niet vaststellen dat partijen dit uitdrukkelijk hebben afgesproken. De vordering dient daarom als onvoldoende onderbouwd afgewezen te worden. De stelling van [eisers] – ten slotte - dat zij tweemaal betaald hebben voor de erfgrensreconstructie en [gedaagde] geen enkele keer, kan niet leiden tot een ander oordeel.
De drie Camera’s
1)
Kippenrencamera
4.12.
Uit de berichten van partijen na de descente/mondelinge behandeling leidt de kantonrechter af dat partijen geen geschil meer hebben ten aanzien van de camera bij de kippenren. Deze camera heeft [gedaagde] na de descente/mondelinge behandeling - in samenspraak met [eisers] - verplaatst. [eisers] heeft geen bezwaren meer tegen deze camera. Nu partijen geen geschil meer hebben ten aanzien van deze camera, behoeft de kantonrechter hierover ook geen beslissing te nemen.
2)
Terrascamera
4.13.
De kantonrechter stelt vast dat partijen eerder over deze camera hebben geprocedeerd (zaaknummer C/03/327804/ KG ZA 24-49) en afspraken hebben gemaakt daarover. Eveneens stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde] na die eerdere procedure de camera heeft moeten verplaatsen, zodat de beelden veranderd zijn.
4.14.
Partijen hebben na de descente/mondelinge behandeling geprobeerd een regeling te treffen hierover. [gedaagde] heeft na de descente/mondelinge behandeling de camera voorzien van een plaatje. [eisers] is echter nog steeds niet akkoord. Volgens [eisers] is ten tijde van de dagvaarding, maar ook na de descente nadat [gedaagde] de camera heeft voorzien van een plaatje nog steeds de openbare weg te zien. Tijdens de descente was echter besproken dat [gedaagde] een plaat zou bevestigen bij de camera waardoor de openbare weg niet meer zichtbaar zou zijn. Op de door de gemachtigde van [gedaagde] verstrekte foto’s van de camerabeelden (productie 16 van [eisers]) is volgens [eisers] de openbare weg meer zichtbaar dan ten tijde van de descente. Hierop is ook de poort van [eisers] nu zichtbaar. De camera was tijdens de descente meer naar beneden gericht. Volgens [eisers] is er nog steeds sprake van een inbreuk op hun privacy.
4.15.
[gedaagde] betwist dat er sprake is van een inbreuk op de privacy van [eisers]. [gedaagde] wijst erop dat hij na de descente/mondelinge behandeling heeft gehandeld conform hetgeen is besproken en dat [eisers] vervolgens geen bezwaar heeft gemaakt. Pas bij hun laatste akte maken [eisers] bezwaar. Dit had eerder gekund, aldus [gedaagde].
4.16.
De kantonrechter stelt vast dat de gemachtigde van [gedaagde] - na de descente/mondelinge behandeling en nadat [gedaagde] aanpassingen heeft verricht aan de camera’s - foto’s heeft verstuurd van de nieuwe beelden met in feite het verzoek aan [eisers] of zij al dan niet akkoord zijn. [eisers] hebben ervoor gekozen hierop niet te reageren, maar pas bij akte hun reactie te geven. De kantonrechter vindt dit jammer.
De kantonrechter laat het hierbij en zal een beslissing nemen.
Juridisch kader
4.17.
Uitgangspunt is dat een inbreuk op het recht van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel een onrechtmatige daad oplevert. De aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond kan echter aan een inbreuk het onrechtmatig karakter ontnemen. Of een rechtvaardigingsgrond zich voordoet, kan slechts worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. Daarbij moeten tegen elkaar worden afgewogen de ernst van die inbreuk en de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend (vgl. HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609). Tevens dient te worden bezien of het gebruik van de camera’s voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
4.18.
De kantonrechter stelt vast dat op het nieuwe beeld (zie foto zoals gevoegd bij laatste akte van beide partijen) een deel van de openbare weg te zien is en de poort van [eisers]. De volgende vraag is of deze inbreuk onrechtmatig is. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. [eisers] is immers te zien op de beelden als zij zich bevinden op het betreffende deel van de openbare weg en hun poort.
[gedaagde] heeft daarentegen een gerechtvaardigd belang bij het maken van opnames op
eigenterrein en hij mag camera’s plaatsen voor zijn eigen veiligheid. Het belang van [gedaagde] weegt zwaarder dan een mogelijke inbreuk op de privacy zoals [eisers] omschrijven. Het gebruik van de terrascamera voor de door [gedaagde] beoogde beveiliging acht de kantonrechter met inachtneming van navolgende overweging over de aanpassing proportioneel. Verder is er geen ander minder ingrijpend middel waarmee deze beveiliging kan worden gewaarborgd. Er is dan ook sprake van een rechtvaardigingsgrond die aan de inbreuk het onrechtmatige karakter ontneemt. Dit leidt er toe dat de terrascamera niet verwijderd dient te worden, zoals door [eisers] gevorderd. Er dient echter wel een aanpassing van de terrascamera doorgevoerd te worden. Partijen hebben in de procedure met zaaknummer C/03/327804/ KG ZA 24-49 overeenstemming bereikt over het beeld dat te zien mag zijn op de beelden van de terrascamera. Op het beeld (zie productie 27 van [gedaagde] en tevens hieronder opgenomen) waarover partijen overeenstemming hadden tijdens de eerdere procedure is nog steeds een klein deel van de openbare weg te zien. Op het nieuwe beeld is echter een groter deel van de openbare weg te zien en de poort van [eisers]. De kantonrechter zal [gedaagde] veroordelen de terrascamera zo aan te passen al dan niet met hulpmiddelen (bijvoorbeeld een plaatje, zoals al door hem gedaan) dat een beeld te zien is, zoals afgesproken tijdens de procedure met zaaknummer C/03/327804/ KG ZA 24-49.
De kantonrechter zal ook aan deze veroordeling (zoals reeds overwogen ten aanzien van het verwijderd houden van de bomen/beplanting) een dwangsom verbinden en wel op de wijze als hierna vermeld.
[afbeelding geanonimiseerd]
Deurbelcamera
4.19.
[eisers] stellen dat de deurbelcamera gericht is op de openbare weg en dat zij bij het passeren van de deurbelcamera in het donker een blauw licht zien. [eisers] wijzen erop dat [gedaagde] de privacy-instellingen kan wijzigen en dat hij ook de bewegingssensor aan of uit kan zetten. [gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat de deurbelcamera enkel gericht is op het perceel van [gedaagde] en dat slechts bij het indrukken van de deurbelknop opnames worden gemaakt. De bewegingssensor is uitgeschakeld, zodat er bij bewegingen geen opnames worden gemaakt, aldus [gedaagde].
4.20.
De kantonrechter heeft tijdens de descente de door de deurbelcamera gemaakte beelden bekeken. Anders dan [eisers] stellen, heeft de kantonrechter toen geen inbreuk op hun privacy kunnen vaststellen. Hoewel [eisers] terecht aangeven dat de instellingen van een deurbelcamera gewijzigd kunnen worden, maakt deze constatering van [eisers] het oordeel van de kantonrechter niet anders. Ook indien (bij een wijziging van de instellingen) er sprake zou zijn van een kleine inbreuk op hun privacy, heeft [gedaagde] een gerechtvaardigd belang bij het hebben van een deurbelcamera voor zijn eigen veiligheid. Het belang van [gedaagde] weegt in dat geval zwaarder dan een kleine inbreuk op de privacy van [eisers]. Verder is er geen ander minder ingrijpend middel waarmee deze beveiliging kan worden gewaarborgd. Er is dan ook sprake van een rechtvaardigingsgrond die aan de inbreuk het onrechtmatige karakter ontneemt. Dit leidt er toe dat de deurbelcamera niet verwijderd hoeft te worden, alsmede dat [gedaagde] niet verplicht is om een nadere aanpassing door te voeren zoals door [eisers] gewenst. De vordering op dit punt dient dan ook afgewezen te worden.
Proceskosten
4.21.
De kantonrechter zal de proceskosten compenseren op de wijze als hierna vermeld, omdat partijen over en weer in het gelijk c.q. ongelijk zijn gesteld.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot het verwijderd houden van bomen en/of andere beplanting binnen de verboden zone, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke raakt, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om de terrascamera aan te passen al dan niet met hulpmiddelen (zoals een plaatje) op zodanige wijze dat een beeld te zien is, zoals afgesproken tijdens de procedure met zaaknummer C/03/327804/ KG ZA 24-49, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke raakt, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.3.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.