ECLI:NL:RBLIM:2026:5253

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
11975392 \ CV EXPL 25-5038
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 3:40 lid 2 BWArt. 6:2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging betalingsverplichting wegens schending informatieverplichting bij overeenkomst op afstand

In deze zaak vordert Innova Energie betaling van openstaande voorschotbedragen en een opzegvergoeding van gedaagde, die de overeenkomst via een website is aangegaan. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat een ander bedrijf moet betalen.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst met gedaagde als privépersoon is gesloten en dat diens verweer onvoldoende is onderbouwd. Wel is vastgesteld dat Innova Energie niet volledig heeft voldaan aan de informatieverplichtingen uit het consumentenrecht, met name door het ontbreken van een duidelijke termijn voor het herroepingsrecht, onvoldoende contact- en leveringsgegevens en een onduidelijke bestelknop met de tekst 'aanmelden'.

Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU leidt deze schending tot een sanctie. De kantonrechter past ambtshalve een gedeeltelijke vernietiging toe en vermindert de betalingsverplichting met 40%. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan Innova Energie.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De betalingsverplichting van gedaagde wordt met 40% verminderd wegens schending van informatieverplichtingen; daarnaast worden incassokosten en proceskosten toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11975392 \ CV EXPL 25-5038
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V.,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova Energie,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft via de [website] een overeenkomst met Innova Energie gesloten voor de levering van gas of elektriciteit.
2.2.
[gedaagde] heeft een aantal in rekening gebrachte voorschotbedragen onbetaald gelaten. Innova Energie heeft daarop de overeenkomst beëindigd en een eindnota opgesteld. Daarbij is ook een opzegvergoeding in rekening gebracht.
2.3.
In totaal is een bedrag van € 1.855,89 verschuldigd.

3.Het geschil

3.1.
Innova Energie vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.497,73, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Innova Energie, met veroordeling van Innova Energie in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De hoofdsom en rente
4.1.
Innova Energie vordert allereerst betaling van de openstaande facturen. [gedaagde] voert daartegen aan dat niet hij maar [bedrijf] moet betalen. De aandelen die hij had in [bedrijf] zijn overgedragen aan een nieuwe eigenaar.
4.2.
Innova Energie heeft vervolgens bij repliek haar stellingen toegelicht en het verweer van [gedaagde] besproken. De griffier heeft aan [gedaagde] een brief gestuurd waarbij hij in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de conclusie van repliek. Ook had hij zijn verweer verder kunnen onderbouwen en toelichten. Dit heeft hij allemaal niet gedaan.
4.3.
Uit de stukken blijkt dat de overeenkomst is gesloten met [gedaagde] als privé persoon. Zijn verweer dat de nieuwe eigenaar van [bedrijf] moet betalen, heeft hij niet aangetoond. Dit volgt ook niet uit de aandelenoverdracht. Het verweer van [gedaagde] wordt daarom als onvoldoende onderbouwd verworpen. Dit leidt er echter niet toe dat de gevorderde hoofdsom integraal wordt toegewezen. Daarvoor is het volgende van belang.
4.4.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar aan de consument de informatie verstrekken die staat opgesomd in artikel 6:230m lid 1 BW. Artikel 6:230v BW bevat voor overeenkomsten op afstand nadere regels over de wijze en het moment waarop de handelaar die informatie moet verstrekken.
4.5.
In zijn arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677; hierna: het arrest) heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord wanneer de rechter moet overgaan tot ambtshalve onderzoek en toepassing van sancties en welke sancties kunnen worden toegepast. Uit dit arrest volgt dat de rechter ambtshalve dient te onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan:
- de informatieplichten waaraan de wet bij niet-naleving ervan specifieke sancties verbindt (hierna: categorie i)
- de essentiële informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW (hierna: categorie ii).
4.6.
Als niet wordt voldaan aan een informatieplicht die valt in categorie (i), moet de rechter de sanctie toepassen die de wet verbindt aan schending van die verplichting (r.o. 3.1.10. van het arrest). Als niet wordt voldaan aan een informatieplicht die valt in categorie (ii), kan de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen (op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro). Daarvoor zal aanleiding zijn als sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten (r.o. 3.1.12 en 3.1.15 van het arrest). Het is ook mogelijk dat een informatieplicht zowel in categorie (i) als in categorie (ii) valt. In dat geval kan de rechter naast of in plaats van toepassing van de specifieke wettelijke sanctie ook overgaan tot (gedeeltelijke) vernietiging (r.o. 3.1.16 van het arrest).
Essentiële precontractuele informatieplichten
4.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter is voldaan aan de informatieverplichtingen.
Essentiële contractuele informatieplichten
4.8.
Weliswaar is melding gemaakt van het herroepingsrecht, echter voldoet dit niet aan de wet. De termijn waarbinnen het herroepingsrecht kan worden ingeroepen ontbreekt namelijk. Daarnaast zijn de contactgegevens van de webshop niet vermeld en zijn de leveringsgegevens te summier vermeld.
De bestelknop
4.9.
Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Een bestelknop of soortgelijke functie moet een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt. Een overeenkomst die in strijd met artikel 6:230v lid 3 BW tot stand komt, is vernietigbaar.
4.10.
Om te beoordelen of de handelaar aan deze verplichting heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden
opde bestelknop waarmee de consument het bestelproces afrondt. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269). Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces.
4.11.
Uit de toelichting en stukken blijkt dat op de bestelknop van de webwinkel de woorden ‘aanmelden’ staan. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW.
4.12.
De kantonrechter is vanwege deze schending verplicht ambtshalve een sanctie toe te passen. Omdat gedaagde partij niet is verschenen, is gedeeltelijke vernietiging van de betalingsverplichting van gedaagde partij een passende sanctie (zie de beslissing van de Hoge Raad van 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355, r.o. 4.8.8).
Conclusie
4.13.
Gelet op al het voorgaande is er in elk geval sprake van in totaal 1 schending van de informatieplichten. Deze schending is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende ernstig om daaraan het gevolg te verbinden dat de overeenkomst tussen partijen gedeeltelijk wordt vernietigd, in die zin dat de betalingsverplichting van gedaagde partij wordt verminderd. Daarnaast voldoet de bestelknop niet aan de wettelijke vereisten en ook dat moet leiden tot een vermindering van de betalingsverplichting van gedaagde partij. De kantonrechter zal de betalingsverplichting van gedaagde partij verminderen met 40%.
Dit percentage is gebaseerd op de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Van de gevorderde hoofdsom zal daarom € 1.113,53 (€ 1.280,56 minus 40%) toegewezen worden. Over dit bedrag is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling
De buitengerechtelijke kosten
4.14.
Innova Energie maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. In deze zaak zijn ten aanzien van de algemene voorwaarden geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht geschonden.
Nu een substantieel deel van de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (in de zin van artikel 6:2 BW Pro) om het toepasselijke wettelijke tarief te bepalen aan de hand van de gevorderde hoofdsom. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief van € 167,03 dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag.
De proceskosten
4.15.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Innova Energie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.048,28

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova Energie te betalen een bedrag van € 1.113,53, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova Energie te betalen een bedrag van € 167,03 aan buitengerechtelijk kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.048,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 3
juni 2026.