ECLI:NL:RBLIM:2026:5823

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/03/344961 / HA ZA 25-378
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:75 BWArt. 6:83 BWArt. 6:119 BWArt. 143 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis inzake schadevergoeding illegale energieafname afgewezen

De klant kwam in verzet tegen een verstekvonnis waarin hij werd veroordeeld tot betaling van ruim €30.000 aan Enexis wegens illegale afname van elektriciteit en gas via een doorgetrokken kabel naar een hennepkwekerij op een ander adres. De rechtbank oordeelde dat de klant tijdig verzet had ingesteld en ontvankelijk was.

De rechtbank stelde vast dat tussen partijen een overeenkomst bestond voor levering van energie en dat de klant een zorgplicht had om te voorkomen dat derden fraudeerden met de meter. De klant wist van de hennepkwekerij en de illegale stroomafname, waardoor hij tekortgeschoten was in de nakoming van zijn contractuele verplichtingen. Een eerdere strafrechtelijke vrijspraak stond civielrechtelijke aansprakelijkheid niet in de weg.

De rechtbank vond dat Enexis voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een hogere illegale energieafname dan geregistreerd, en dat de klant onvoldoende concreet tegenbewijs had geleverd. Daarom werd het verstekvonnis bekrachtigd en de klant veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €1.861,00 en de veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Provaas op 24 juni 2026.

Uitkomst: Het verzet van de klant wordt afgewezen en het verstekvonnis tot betaling van schadevergoeding wegens illegale energieafname wordt bekrachtigd.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/344961 / HA ZA 25-378
Vonnis in verzet van 24 juni 2026
in de zaak van
[de klant],
wonende te [woonplaats] ,
eiser in het verzet,
oorspronkelijke gedaagde,
hierna te noemen: [de klant] ,
advocaat: mr. V.H.A. Griffioen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's- Hertogenbosch ,
gedaagden in het verzet,
oorspronkelijke eiseres,
hierna te noemen: Enexis ,
advocaat: mr. M.A.J.J. Niesten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met bijlagen 1 tot en met 31 van 30 oktober 2014 van Enexis ,
- het verstekvonnis van deze rechtbank, zittingsplaats Maastricht , van 11 februari 2015 met zaaknummer C/03/199051 / HA ZA 14-684,
- de verzetdagvaarding van [de klant] van 21 augustus 2025 met zaaknummer C/03/344961 / HA ZA 25-378 met de producties 1 tot en met 5,
- de incidentele vordering tot niet ontvankelijk verklaring tevens conclusie van antwoord in oppositie/repliek, met de producties 1 tot en met 7,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte houdende producties van [de klant] , met de producties 6 tot en met 8,
- de aanvullende producties 8 en 9 van Enexis ,
- de mondelinge behandeling van 9 april 2026 en de spreekaantekeningen van Enexis en de volmacht van Enexis .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[de klant] had een overeenkomst met Enexis voor een elektriciteits- en gasaansluiting voor het adres aan [adres 1] te [plaats] (hierna: [adres 1] ).
2.2.
Op 26 februari 2013 werd op [adres 2] te [plaats] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen (hierna: [adres 2] ). Er werden in totaal vier kweekruimtes aangetroffen.
2.3.
Op dezelfde dag werd door een fraude-inspecteur van Enexis , de heer [naam 1] , de aansluitingen op het [adres 1] gecontroleerd. Tijdens de controle werd geconstateerd dat op het adres aan [adres 1] vóór de meterkast een elektriciteitskabel door de muur werd geleid naar het adres aan [adres 2] . De elektriciteit op het adres aan [adres 2] was op dat moment afgesloten. De heer [naam 1] heeft hierover (onder andere) het volgende verklaard:
“(…) Toen ik in februari 2013 in dat pand kwam zag ik dat de één fase stroomvoorziening was vervangen door een drie fase stroomvoorziening. Dat is niet gebeurd met instemming of door Enexis , dus het was een illegale aansluiting. Op die meterkast en die zekeringen stond geen spanning toen ik die in februari 2013 controleerde. Er was wel elektriciteit in dat pand [adres 2] , maar de elektriciteit kwam via een kabel van [adres 2] naar de meterkast van [adres 1] . Die kabel liep buiten het meter en zekeringkast van [adres 2] om. (…)” [1]
2.4.
Op 12 april 2013 heeft Enexis onderzoek uitgevoerd aan de kWh-meter en gasmeter op het adres aan [adres 1] , waarbij is geconstateerd dat de registratie van de afgenomen energie niet juist kan worden vastgesteld.
2.5.
Enexis heeft [de klant] bij brief van 18 juli 2013 aansprakelijk gesteld voor het illegale verbruik van elektriciteit en gas en hem gesommeerd om de door haar geleden schade te vergoeden. De toenmalige advocaat van [de klant] heeft bij brief van 9 september 2013 aansprakelijkheid van de hand gewezen.
2.6.
Bij de inleidende dagvaarding van 30 oktober 2014 vorderde Enexis schadevergoeding van [de klant] voor het illegaal gebruiken van elektriciteit en gas op het adres aan [adres 1] en voor het illegaal gebruiken van elektriciteit op het adres aan [adres 2] .
2.7.
Bij verstekvonnis van 11 februari 2015 (hierna: het verstekvonnis) heeft de rechtbank Limburg (onder andere) het volgende beslist:
“(…)3.1. veroordeelt gedaagde(lees: [de klant] )
om aan eiseres(lees: Enexis )
te betalen een bedrag van € 30.818,89 (dertig duizendachthonderdachttien euro en negenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het bedrag van € 30.818,89 met ingang van 26 februari 2013 tot de dag van volledige betaling. (…)” [2]
2.8.
Het verstekvonnis is op 19 februari 2015 door een deurwaarder, door achterlating in een gesloten enveloppe, op het adres aan [adres 1] , aan [de klant] betekend.
2.9.
Op 1 augustus 2017 ontving Enexis onderstaande e-mail van de heer [naam 2] van Financial Vision met als onderwerp: “
inzake dossier [nummer] Enexis BV/ [de klant] ”:
“(…) Deze mail stuur ik u namens onze klant dhr. [de klant] inzake uw bovenstaand
dossiernummer. Middels deze mail wil ik u verzoeken een betalingsregeling van € 500,- te treffen waarbij de bedoeling is dat de totale schuld binnen 15 maanden voldaan is (…).” [3]
2.10.
In de strafzaak tegen [de klant] heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 11 november 2020 geoordeeld dat niet wettig te bewijzen valt dat [de klant] pleger dan wel medepleger is geweest van het telen dan wel opzettelijk aanwezig hebben van hennep, noch van de diefstal van stroom. Het gerechtshof heeft (onder andere) het volgende overwogen:
“(…) Op 26 februari 2013 werd in een pand aan [adres 2] te [plaats] een hennepkwekerij met in totaal 1005 hennepplanten aangetroffen. Verdachte verbleef op dat moment al enige tijd in het naastgelegen hotel aan de [adres 1] [adres 3] - [adres 1] . (…) De stroomvoorziening van de hennepkwekerij liep op dat moment door middel van een duidelijk zichtbare stroomkabel vanuit de meterkast van het pand aan [adres 1] dwars door de muur naar pand [adres 2] . (…) Verdachte had ook toegang tot pand [adres 2] , daar hij heeft verklaard dat hij via een niet afgesloten achterdeur naar binnen kon en hij het pand op enig moment deels heeft ontruimd.
(…)
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij wist dat in pand [adres 2] een
hennepkwekerij aanwezig was. Verdachte is in 2012 benaderd door een of meer personen
van [bedrijf] B.V. en heeft moeten gedogen in verband met huurachterstand ter zake van pand [adres 1]
dat door hen in pand [adres 2] een hennepkwekerij werd opgezet en de stroomkabel van pand [adres 1]
werd doorgetrokken naar pand [adres 2] . Verdachte heeft eenmaal een vergoeding voor het
stroomverbruik ter hoogte van € 2.500,- gekregen.
(…)
Ten aanzien van de diefstal van stroom overweegt het hof dat niet kan worden vastgesteld
hoeveel stroom in de jaren voordat de hennepkwekerij in pand [adres 2] werd aangetroffen werd
verbruikt en hoeveel daarvoor (door verdachte) is betaald. Daar komt bij dat het
geregistreerde stroomverbruik in pand [adres 2] in de periode tussen 15 februari 2012 en
26 februari 2013 kan passen bij het geschatte stroomverbruik van pand [adres 1] en het aantal
lampen dat in de hennepkwekerij in pand [adres 2] is aangetroffen. Het hof is derhalve met de
raadsman van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de meter (op enig moment) is
teruggedraaid en zodoende niet kan worden bewezen dat er diefstal van stroom heeft
plaatsgevonden.(…)” [4]
2.11.
Op 24 juli 2025 is andermaal het verstekvonnis door een deurwaarder, door achterlating in een gesloten enveloppe, op het adres aan [adres 4] te [plaats] , aan [de klant] betekend. Ten laste van [de klant] is op 25 augustus 2025 op zijn bankrekening bij ASN Bank executoriaal beslag gelegd.
3. Het geschil
3.1.
[de klant] is in verzet gekomen van het tegen hem als gedaagde gewezen verstekvonnis, waarbij hij als gedaagde is veroordeeld tot – samengevat – betaling van een bedrag van € 30.818,89, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 26 februari 2013 tot de dag van volledige betaling en de proceskosten.
3.2.
[de klant] vordert in verzet dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [de klant] ontheft van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij vonnis door de rechtbank tussen Enexis als eiseres en [de klant] als gedaagde bij verstek gewezen, met nietigverklaring der inleidende dagvaarding, althans niet- ontvankelijkverklaring van Enexis in haar vordering, althans deze aan haar te ontzeggen;
II. met verwijzing van Enexis in de proces- en nakosten, waaronder begrepen de noodzakelijke reis- en verblijfkosten en verletkosten van [de klant] en het salaris en de noodzakelijke verschotten van de advocaat van [de klant] in deze verzetprocedure, onder bepaling dat Enexis de wettelijke interest over de proces- en nakosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, althans na de dag van betekening van het in dezen van het in deze te wijzen vonnis, zijn betaald.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Tijdigheid verzet
4.1.
Allereerst dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of [de klant] tijdig in verzet is gekomen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Daartoe het volgende.
4.2.
Op grond van artikel 143 lid 2 Rv Pro moet het verzet worden gedaan binnen vier weken (i) na betekening van het vonnis aan de veroordeelde in persoon door een deurwaarder of (ii) na het plegen door de veroordeelde persoon van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. Buiten deze gevallen vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan op grond van lid 3 aan (iii) op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.
4.3.
Aan de eerste grond is niet voldaan. Het verstekvonnis is op 19 februari 2015 en 24 juli 2025 namelijk betekend door achterlating in een gesloten enveloppe, waardoor geen betekening in persoon heeft plaatsgevonden. Dat het vonnis op 2 april 2016 wel door de heer [naam 1] in persoon aan [de klant] is overhandigd, zoals Enexis stelt, maakt het voorgaande niet anders, nu deze overhandiging niet door een deurwaarder heeft plaatsgevonden. De verzettermijn is derhalve op deze grond niet aangevangen.
4.4.
Evenmin is aan de zijde van [de klant] gebleken van enige daad waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat het verstekvonnis hem bekend was. De stelling van Enexis dat uit de e-mail van Financial Vision van 1 augustus 2017 (productie 3, conclusie van antwoord) deze daad van bekendheid kan worden afgeleid, kan niet worden onderschreven. Ook indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat (ondanks de bezwaren van [de klant] ) uit de onderwerpregel en de hoogte van de betalingsregeling kon worden afgeleid dat deze betrekking had op de onderhavige zaak, kan slechts sprake zijn van een daad van bekendheid indien die daad afkomstig zou zijn geweest van de advocaat van [de klant] in rechte, en niet, zoals in deze, van een persoon en/of instelling die zegt namens [de klant] te handelen. Gelet op de rechtsbeschermende functie van het rechtsmiddel van verzet, neemt de verzettermijn bij twijfel geen aanvang. Naar het oordeel van de rechtbank is de verzettermijn ook op deze tweede grond niet (op 1 augustus 2027) aangevangen.
4.5.
Daarnaast is de verzettermijn ook niet (eerder) aangevangen door de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis, omdat het executoriale beslag (op 25 augustus 2025) namelijk pas is gelegd na het uitbrengen van de verzetdagvaarding (op 21 augustus 2025).
4.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [de klant] ontvankelijk is in zijn verzet, omdat niet gebleken is dat de verzettermijn eerder is aangevangen en reeds zou zijn verstreken. De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering in verzet.
Tekortkoming in de nakoming
4.7.
Enexis stelt dat [de klant] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht voortvloeiende uit de tussen hem en Enexis gesloten overeenkomst, waardoor hij de door Enexis geleden schade dient te vergoeden. Volgens Enexis heeft [de klant] nagelaten te voorkomen dat derden hebben gefraudeerd met de registratie van de kWh- en gasmeter van [adres 1] , waardoor zij illegaal elektriciteit en gas hebben afgetapt op dit adres en ook illegaal stroom hebben afgetapt op het adres aan [adres 2] . [de klant] betwist dit.
4.8.
Vaststaat dat tussen Enexis en [de klant] een overeenkomst bestond voor de levering van elektriciteit en gas voor het pand aan [adres 1] . Deze overeenkomst brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat [de klant] als afnemer van energie tot op zekere hoogte een zorgplicht in acht moet nemen met betrekking tot de op zijn naam geregistreerd staande elektriciteits- en gasvoorzieningen. Deze zorgplicht houdt in dat er binnen redelijke grenzen dient te worden gezorgd dat er geen ongeoorloofde aanpassingen aan de aansluiting plaatsvinden, waardoor elektriciteit en gas niet, niet juist of niet volledig door de meter kan worden geregistreerd. Netbeheerders zoals Enexis kunnen in de regel geen of nauwelijks toezicht houden op wat er gebeurt met hun aansluitingen in woningen en bedrijfspanden. Een dergelijk toezicht kan daarentegen wel worden verwacht van hun contractuele wederpartij. De contractant is ter vermijding van risico’s als hier aan de orde immers beter in staat dan de netbeheerder om te controleren of er geen ongeoorloofde handelingen worden verricht met de meter door anderen die al dan niet met zijn toestemming gebruik maken van de ruimte waarvoor de elektriciteit en gas wordt geleverd.
4.9.
Tussen partijen staat als onweersproken vast dat in het pand aan [adres 2] een hennepkwekerij is aangetroffen en dat op het adres aan [adres 1] vóór de meterkast een elektriciteitskabel door de muur werd geleid naar het adres aan [adres 2] . Tevens staat vast dat [de klant] van de hennepkwekerij in het pand [adres 2] afwist. Hij heeft in de dagvaarding en in het arrest immers verklaard dat hij heeft moeten gedogen dat een elektriciteitskabel werd doorgetrokken naar het andere pand en fraude plaatsvond aan zijn meter. Naar het oordeel van de rechtbank is [de klant] door deze handelswijze tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de met Enexis gesloten overeenkomst. Ten tijde van de ontdekking van de hennepkwekerij was [de klant] namelijk de contractuele wederpartij van Enexis , waardoor deze tekortkoming naar verkeersopvatting ook aan hem kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW Pro). Het verweer van [de klant] dat hem niets kan worden verweten, omdat bij arrest van 11 november 2020 is geoordeeld dat niet wettig te bewijzen valt dat [de klant] pleger dan wel medepleger is geweest van de diefstal van stroom – [de klant] is eveneens vrijgesproken van het (mede)plegen van het telen dan wel opzettelijk aanwezig hebben van hennep – slaagt niet. Een strafrechtelijke vrijspraak staat namelijk het aannemen van civielrechtelijke aansprakelijkheid niet in de weg. Daarnaast ging het in de strafzaak om (onder meer) de diefstal van stroom, terwijl het in de onderhavige civiele zaak om de beoordeling van een ander feitencomplex gaat, te weten de schending van de zorgplicht door [de klant] uit hoofde van de tussen [de klant] en Enexis gesloten overeenkomst (terzake de levering van stroom én gas door Enexis ).
4.10.
Uit het voorgaande volgt dat [de klant] de schade die Enexis als gevolg van zijn tekortschieten heeft geleden, dient te vergoeden (artikel 6:74 BW Pro). Het verzuim van [de klant] is ingetreden op grond van artikel 6:83 onder Pro b BW. Nu de vordering van Enexis aldus op grond van de toerekenbare tekortkoming van [de klant] (primaire vordering) toewijsbaar is, behoeft de vordering op grond van onrechtmatige daad (subsidiaire vordering) geen bespreking meer.
Schadeomvang
4.11.
Enexis stelt dat de door haar geleden schade bestaat uit onder meer het bedrag aan elektriciteits- en gasverbruik op het adres aan [adres 1] dat Enexis als gevolg van de manipulatie van de meter niet in rekening heeft kunnen brengen en het bedrag aan elektriciteitsverbruik op het adres aan [adres 2] dat (door de doorgetrokken elektriciteitskabel) hieruit voortvloeit. Dit wordt door [de klant] betwist.
4.12.
Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust de bewijslast van de omvang van de niet door de meter geregistreerde afgenomen elektriciteit en gas in beginsel op Enexis . In zaken zoals de onderhavige dient hierbij in aanmerking te worden genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat in Nederland energie door middel van verrekening achteraf wordt betaald. Energieleveranciers en netwerkbedrijven maken hiertoe gebruik van (geijkte) meters waarmee de omvang van de energieafname in beginsel wordt bepaald. Deze meters scheppen daarmee een bewijsvermoeden ten gunste van de netwerkbedrijven en elektriciteitsleveranciers.
4.13.
In het geval dat, zoals hier, het enige controlemiddel van Enexis (de meter) is gemanipuleerd en correcte meting dus opzettelijk onmogelijk is gemaakt, mogen aan het bewijs van de omvang van de energieafname geen al te zware eisen worden gesteld en mag Enexis volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid energie voldoende aannemelijk maken. Indien een gebruiker of degene op wiens naam de elektriciteitsmeter staat geregistreerd de aldus aannemelijk gemaakte energieafname betwist, zal deze daar concrete feiten en gegevens tegenover moeten stellen waaruit blijkt dat van een andere berekening moet worden uitgegaan. Stelt een afnemer of contractant onvoldoende concrete feiten en gegevens, dan blijft in situaties waarin de meter is gemanipuleerd de omstandigheid dat niet precies kan worden vastgesteld over welke periode precies is geteeld voor rekening en risico van de afnemer/contractant en wordt aan het leveren van tegenbewijs niet toegekomen, omdat niet aan de stelplicht is voldaan. [5]
4.14.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Enexis de afgenomen illegale hoeveelheid elektriciteit en gas op het adres aan [adres 1] en de illegale afgenomen hoeveelheid elektriciteit op het adres aan [adres 2] voldoende onderbouwd en inzichtelijk gemaakt. De overweging van het gerechtshof dat niet kan worden vastgesteld dat op het adres aan [adres 2] sprake is geweest van diefstal van elektriciteit, kan – het zij herhaald – niet worden onderschreven. Het gerechtshof heeft naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte geconcludeerd dat het geregistreerde elektriciteitsverbruik op het adres aan [adres 2] in de periode tussen 15 februari 2012 en 26 februari 2013 kan passen bij het geschatte elektriciteitsverbruik op het adres aan [adres 1] en het aantal lampen dat in de hennepkwekerij is aangetroffen. [6] Immers, Enexis heeft gemotiveerd onderbouwd dat – alleen al de twee door [de klant] erkende teelten – tot een veel hoger elektriciteitsverbruik (217.575,288 kWh gedeeld door 6,8 teelten x 2,8 teelten = 91.444,68626 kWh) (moeten) hebben geleid in voornoemde periode dan het geregistreerde elektriciteitsverbruik (55.350 kWh) op het adres aan [adres 1] . [7] Daarmee heeft Enexis voldoende aannemelijk gemaakt dat ook op het adres aan [adres 2] sprake was van de gestelde illegale afgenomen hoeveelheid elektriciteit en dat dit voor vergoeding in aanmerking dient te komen.
4.15.
[de klant] heeft daarentegen de aannemelijk gemaakte energieafname onvoldoende betwist en zijn standpunt – tijdens de mondelinge behandeling is [de klant] niet verschenen om onbekende redenen – niet verder toegelicht. [de klant] zal om die reden niet worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Mede in het licht hiervan en gelet op de gemotiveerde betwisting van Enexis is de rechtbank van oordeel dat de door Enexis begrote schadevergoeding zoals verwoord in het verstekvonnis zal worden toegewezen. Dat brengt met zich mee dat het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.
Proceskosten
4.16.
[de klant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.861,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [de klant] af,
5.2.
bekrachtigt het op 11 februari 2015 onder zaaknummer C/03/199051 / HA ZA 14-684 tussen partijen gewezen verstekvonnis,
5.3.
veroordeelt [de klant] in de proceskosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Enexis tot dit vonnis vastgesteld op € 1.861,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de klant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

Voetnoten

1.Productie 3 bij dagvaarding, pagina 2.
2.Productie 1 bij dagvaarding.
3.Productie 3 bij conclusie van antwoord.
4.Productie 4 bij dagvaarding, pagina 3 en 4.
6.Productie 4 bij dagvaarding, pagina 3 en 4.
7.Oorspronkelijke dagvaarding van Enexis , randnummer 40 en de spreekaantekeningen Enexis , randnummer 5.3.