Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
nota benein de proeftijd in het kader van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling bij het plegen van dit feit. De conclusie is daarom alleszins terecht dat de verdachte niets geleerd lijkt te hebben van zijn periode in detentie. De rechtbank neemt dit in strafverzwarende zin mee bij de bepaling van de strafmaat. Daar komt bij -en dit werkt ook strafverzwarend- dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. In plaats daarvan heeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd, om op die manier de politie maar ook de rechtbank op het verkeerde been te zetten.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;