3.3Het oordeel van de rechtbank
Op grond van navolgende bewijsmiddelen acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen.
[slachtoffer] deed op 25 januari 2022 aangifte en verklaarde onder meer als volgt:
Ik doe aangifte tegen [verdachte] . […] hij werkt in de sportschool Il Fiore op de
Bredeweg in Roermond. Ik was, 25 januari 2022, daar aan het sporten. Toen besloot ik om naar huis te gaan. Toen zag ik hem […] op het moment dat ik de sportschool verliet. Ik rende op hem af. Ik kan me herinneren dat ik hem duwde en toen begonnen we elkaar te slaan. Het enige wat ik me kan herinneren, is dat toen ik hem tegen zijn hoofd en gezicht sloeg hij van die rare lage bewegingen maakte. Zo'n steekbeweging ter hoogte van mijn ballen. Ik ben daarna in de auto gestapt. Toen ik de parkeerplaats afreed, kwam ik bij de rotonde richting Donderberg. Daar merkte ik dat ik bloedde. Ik ben daarop teruggereden naar de sportschool. Ik ben met de ambulance naar het ziekenhuis gegaan. Daar werd geconstateerd dat ik zes keer was gestoken. Net boven mijn borst. Net boven mijn buik. Linksonder in mijn buik. In mijn linker triceps. Verder ben ik in mijn lies gehecht. Ik kreeg een paar keer bloed toegediend in het ziekenhuis omdat ik teveel bloedverlies had. Ik weet dat toen ik in de ambulance lag en ze mijn onderbroek aan de kant schoven, ik toen zag dat er bloed uit mijn lies spoot.
Verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] relateerden op 26 januari 2022 onder meer als volgt:
Op 25 januari 2022 kwamen wij ter plaatse op de Bredeweg te Roermond. In de ambulance werd [slachtoffer] ontdaan van zijn kleding en zag ik dat in zijn bovenlichaam minimaal
3 steekwonden zaten en op zijn linkerbovenarm minimaal 1 steekwond. Ik zag dat de steekwonden alle enkele centimeters breed waren. Ik zag dat [slachtoffer] onder het bloed zat over zijn hele lichaam. Vervolgens zag ik dat de onderbroek van [slachtoffer] doordrenkt was met bloed. Ik zag dat de ambulance medewerker de onderbroek van [slachtoffer] zijdelings verplaatste om de linker lies van [slachtoffer] te bekijken. Ik zag op enig moment dat er bloed met grote kracht uit de linkerlies van [slachtoffer] spoot, waarbij een straal bloed door de ambulance vloog. Mogelijk was er een slagaderlijke bloeding ter hoogte van de linkerlies van [slachtoffer] , waardoor men zo snel mogelijk met [slachtoffer] naar de spoedeisende hulp te Roermond wilde gaan rijden om hem daar van medische hulp te voorzien.
Op 26 januari 2022 werd bij [slachtoffer] een letselonderzoek uitgevoerd. Bij dat onderzoek is gebleken van de volgende letsels:
1. borst: steek- of schaafwond. Op de voorzijde van de borst rechts, boven de tepellijn en naast het borstbeen is een huidverwonding zichtbaar met korstvorming van ca. 0,4 bij 0,7 cm passend bij een steekwond of schaafwond;
2. borst: steek- of snijwond. Op de voorzijde van de borst links, onder de grote borstspier, is een streepvormige huidverwonding van ca. 4 cm lengte met meerdere hechtingen en nog onderhuids weefsel zichtbaar passend bij een steek- of snijwond;
3. buik: steekwond en bloeduitstorting. Op de bovenbuik links richting flank is een streepvormige huidverwonding van ca. 2 cm lengte met een hechting en een ovaalvormige, paarsblauwe huidverkleuring van ca. 3 bij 5,5 cm zichtbaar passend bij een steekwonden en een bloeduitstorting;
4. buik: steek- of snijwond en bloeduitstorting. In de lies links, naast de basis van de penis, is een huidverwonding met korstvorming van ca. 2 cm met hechtingen en omliggend een ovaalvormige, paarsblauwe huidverkleuring zichtbaar passend bij een steek- of snijwond en een bloeduitstorting;
5. rug: steek- of snijwond en kraswond. Op de rug links richting flank is een deels boogvormige huidverwonding van ca. 0,3 bij 1,5 cm met een hechting en een streepvormige huidverwonding van ca. 6,5 cm lengte passend bij een steek- of snijwond en een kraswond;
6. linkerarm: steekwond en bloeduitstorting. Op de strekzijde van de bovenarm zij twee parallelle, streepvormige, deels scherprandige huidverwondingen van ca. 1,6 cm en 3 cm lengte met drie hechtingen en omliggend een ovaalvormige, paarsblauwe huidverkleuring
van ca. 4 bij 6 cm zichtbaar passend bij steekwonden en een bloeduitstorting.
De verdachte verklaarde ter terechtzitting onder meer als volgt:
Het klopt dat ik op 25 januari 2022 [slachtoffer] zes keer met een mes heb geraakt in zijn borst en buik.
Tussenconclusie
De rechtbank stelt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat de verdachte met een mes [slachtoffer] onder meer in zijn borst- en buikstreek heeft gestoken.
Poging tot doodslag
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld hoe het handelen van de verdachte juridisch gekwalificeerd kan worden.
De rechtbank ziet geen aanwijzingen in het dossier die erop duiden dat de verdachte de intentie heeft gehad om [slachtoffer] te doden. Vol opzet kan dan ook niet worden bewezen. Dit neemt echter niet weg dat de verdachte door zijn gedragingen in voorwaardelijke zin opzet kan hebben gehad. Van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de dood van [slachtoffer] - is sprake als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden.
Om deze vraag te beantwoorden moet de rechtbank eerst vaststellen of er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer] gedood kon worden door de handelingen van de verdachte. De rechtbank stelt voorop dat het steken met een mes in het bovenlichaam (borst- en buikstreek), onder omstandigheden dodelijk kan zijn. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat zich daar vitale organen en ook (slag)aders bevinden en dat het raken daarvan met een mes tot de dood kan leiden. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat het steken met het mes door de verdachte een verwonding in de lies van [slachtoffer] heeft veroorzaakt waardoor hij veel bloed verloor (‘het spoot eruit’) en met spoed naar het ziekenhuis moest worden overgebracht. In het ziekenhuis kreeg [slachtoffer] naar aanleiding van de verwondingen extra bloed toegediend. Gelet hierop is de rechtbank -anders dan de verdediging- van oordeel dat niet slechts blijkt van oppervlakkige steekverwondingen, maar dat er met het mes met voldoende kracht en intensiteit is gestoken op een plek die potentieel dodelijk is. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat er een aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] bestond naar aanleiding van het handelen van de verdachte.
Vervolgens dient de rechtbank vast te stellen of de verdachte deze kans bewust heeft aanvaard. De rechtbank beantwoordt ook deze vraag bevestigend. Omdat het steken met een mes in het bovenlichaam, zoals hiervoor overwogen, naar algemene ervaringsregels dodelijk kan zijn, moet de verdachte geacht worden daarvan op de hoogte te zijn geweest. De verdachte heeft [slachtoffer] met die veronderstelde wetenschap meerdere malen (ongecontroleerd) met een mes gestoken. Dat de verdachte ongecontroleerd heeft gehandeld, leidt de rechtbank af uit het feit dat [slachtoffer] op de verdachte kwam afgerend, hem duwde en er vervolgens een gevecht plaatsvond (over en weer geslagen). De verdachte en [slachtoffer] waren aldus op zeer korte afstand van elkaar en beiden in beweging op het moment dat de verdachte meerdere malen met het mes stak. Het meerdere malen ongecontroleerd steken met een mes op plekken in de borst- en buikstreek is naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer op de dood gericht dat het zonder aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer] met dat mes dodelijk zou verwonden. De rechtbank is niet gebleken van aanwijzingen die erop wijzen dat de verdachte deze kans op dat moment niet bewust heeft aanvaard.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer] ergens in de borst- en buikstreek dodelijk zou raken en acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag.
Het standpunt van de verdediging dat voorwaardelijk opzet op de dood niet kan worden bewezen, wordt op grond van het voorgaande dan ook verworpen door de rechtbank.