ECLI:NL:RBMAA:1999:AA3611
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over vergoeding kosten kinderopvang in kader inburgeringsprogramma nieuwkomers
Eiser, gehuwd met een Poolse vrouw die deelneemt aan het Heuvelland integratieprogramma, vroeg vergoeding van kosten voor kinderopvang omdat hij deels arbeidsongeschikt is en niet voor het kind kan zorgen tijdens de taalcursus van zijn echtgenote.
Na een gedeeltelijke toekenning van bijzondere bijstand door de gemeente Gulpen, weigerde de gemeente Meerssen vergoeding van kinderopvangkosten. Eiser maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing en tegen de afwijzing zelf. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 14 augustus 1998 een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is en dat de rechtbank bevoegd is van het beroep kennis te nemen.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente niet tijdig op het bezwaar had beslist, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het inhoudelijke besluit werd ongegrond verklaard, omdat het GGD-advies aangaf dat eiser ondanks zijn arbeidsongeschiktheid in staat is zelf voor zijn kind te zorgen.
De rechtbank bepaalde dat het betaalde griffierecht door de gemeente Meerssen aan eiser wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit tot weigering van vergoeding kinderopvangkosten is ongegrond verklaard.