ECLI:NL:RBMAA:2000:AA6712
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A.E. van Binnebeke
- G.J. Haack
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling premies gedetacheerde werknemers op grond van Coördinatiewet Sociale Verzekeringen
Eiseres, A BV, werd door het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen aansprakelijk gesteld voor de betaling van premies over werknemers die zij in 1992 van X Limited had ingeleend. Verweerder baseerde deze aansprakelijkheid op artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (CSV). Eiseres betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat de werknemers gedetacheerd waren vanuit het Verenigd Koninkrijk, waardoor het Britse recht van toepassing zou zijn volgens EG-verordening 1408/71.
De rechtbank onderzocht de geldigheid van de E101- en E111-verklaringen die de detacheringsstatus van de werknemers moesten bevestigen. Uit recente arresten van het Hof van Justitie bleek dat een E101-verklaring een vermoeden van recht schept dat het recht van de afgevende Lid-Staat geldt, tenzij deze verklaring door het bevoegde orgaan van die Lid-Staat is ingetrokken. Verweerder had twijfels over de juistheid van de verklaringen, maar kon niet aantonen dat deze waren ingetrokken. Daarom oordeelde de rechtbank dat het Britse recht van toepassing is op vier werknemers met E101-verklaringen, waardoor de aansprakelijkstelling onterecht was.
Voor de overige twee werknemers zonder E101-verklaringen was het Nederlandse recht van toepassing. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van inlening van werk en niet aanneming, gelet op het contract, de uurprijsafspraken en het toezicht door eiseres. Tevens was de premie berekend op een te hoog aantal manuren en waren premies Ziekenfondswet ten onrechte in rekening gebracht. Hierdoor kon het bestreden besluit ook voor deze werknemers niet in stand blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot hoofdelijke aansprakelijkstelling wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.