ECLI:NL:RBMAA:2000:AA6872
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.E. Bakker
- J.N.F. Sleddens
- F.A.G.M. Vluggen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid werkgever in bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering werknemer
De werkgever heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen om de WAO-uitkering van haar werknemer in te trekken omdat deze niet langer arbeidsongeschikt is. De rechtbank stelt vast dat de werkgever geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit, aangezien het belang van de werkgever niet ligt in het voorkomen van kosten door arbeidsongeschiktheid, maar in het voorkomen dat de werknemer arbeidsgeschikt wordt verklaard en weer in dienst moet worden genomen.
De rechtbank benadrukt dat dit laatste belang voortvloeit uit de arbeidsrechtelijke relatie tussen werkgever en werknemer en niet door de WAO wordt beschermd. Daarom kwalificeert het belang van de werkgever als een afgeleid belang, waarvoor de werkgever zich tot de burgerlijke rechter moet wenden. De rechtbank concludeert dat de werkgever ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt en verklaart haar bezwaar ongegrond.
Ook wordt ingegaan op de positie van de werknemer, die als belanghebbende wordt aangemerkt en in de gelegenheid is gesteld deel te nemen aan de procedure. De rechtbank wijst erop dat de werknemer geen bezwaar heeft gemaakt tegen het intrekkingsbesluit, maar dit hem niet kan worden verweten omdat hij aannam dat het bezwaarschrift van de werkgever ook zijn belangen beschermde.
De rechtbank vernietigt het besluit van 28 april 1999 en verklaart de werkgever niet-ontvankelijk in haar bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de werkgever vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de werkgever niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen de intrekking van de WAO-uitkering en vernietigt het bestreden besluit.