ECLI:NL:RBMAA:2000:AA8159
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag adspirant-agent wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit niet rechtsgeldig
Eiser, een adspirant-agent zonder Nederlandse nationaliteit, werd op 1 mei 1998 eervol ontslagen wegens ongeschiktheid voor de dienst. Dit ontslag was gebaseerd op het ontbreken van de vereiste Nederlandse nationaliteit volgens artikel 89, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Maastricht vast dat het ontslagbesluit van 1 februari 1999 niet in stand kon blijven.
De rechtbank oordeelde dat het Barp geen grondslag biedt om een adspirant-agent te ontslaan wegens het niet voldoen aan aanstellingsvereisten zoals de nationaliteit, omdat deze vereisten vóór indiensttreding voldaan moeten zijn. De ontslaggrond op basis van artikel 95 van Pro het Barp, die een discretionaire bevoegdheid aan de werkgever geeft, is niet toepasbaar in deze situatie omdat er geen sprake is van verstoorde verhoudingen of onverenigbaarheid van karakters.
Verder werd overwogen dat verweerder bij de aanstelling van eiser geen voorbehoud had gemaakt omtrent diens nationaliteit en dat de vertraging in naturalisatie mede te wijten was aan Nigeria als probleemland voor bewijsstukken. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van 1 februari 1999 wordt vernietigd omdat het niet rechtsgeldig is op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie.