ECLI:NL:RBMAA:2002:AE1986
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Hazen
- W.E. Elzinga
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag, lijkverbergen en meerdere diefstallen met braak en valse sleutels
Op 5 augustus 2001 heeft verdachte in Maastricht het slachtoffer opzettelijk en met voorbedachten rade doodgeschoten. Vervolgens heeft hij het lichaam in een container geplaatst en geprobeerd het te dumpen in het kanaal bij de grens met België om het delict te verbergen.
Daarnaast heeft verdachte in juli 2001 meerdere diefstallen gepleegd, waarbij hij zich toegang verschaft heeft tot woningen door middel van braak en valse sleutels, en goederen waaronder een personenauto heeft weggenomen.
De rechtbank achtte de verklaringen van verdachte over de doodslag niet geloofwaardig, maar vond voldoende bewijs dat hij het slachtoffer heeft gedood en het lichaam heeft verborgen. Psychologisch onderzoek concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een ernstige persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden en legde daarnaast een terbeschikkingstelling met verpleging op vanwege het gevaar voor de samenleving en het risico op recidive.
De rechtbank nam ook eerdere diefstallen mee in de strafbepaling en besloot dat de tijd in voorlopige hechtenis geheel in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging voor doodslag, lijkverbergen en meerdere diefstallen.