ECLI:NL:RBMAA:2002:AE6139
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedifferentieerde WAO-premie wegens onvoldoende motivering
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin de gedifferentieerde premie WAO voor het jaar 2000 werd vastgesteld op 1,53%. Volgens eiseres kon de WAO-uitkering van een arbeidsongeschikte werknemer niet aan haar worden toegerekend, omdat deze werknemer via een speciaal traject herintreedt en het GAK destijds de loonbetalingen overnam.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet voldoende heeft onderbouwd dat eiseres premieplichtig is. Verweerder heeft het procesdossier overgelegd, maar geen stukken betreffende de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer. Dit leidt tot een gebrek aan deugdelijke motivering van het besluit.
Verder wijst de rechtbank erop dat artikel 87e van de WAO grieven over de hoogte of rechtmatigheid van de uitkering in deze procedure uitsluit, maar dat dit niet betekent dat de premieplicht niet ter discussie kan worden gesteld. Omdat verweerder niet heeft aangetoond dat het besluit op goede gronden is genomen, wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het besluit is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.