ECLI:NL:RBMAA:2002:AF1256
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling onverteerd inkomen en hypotheekverplichtingen na echtscheiding op basis van huwelijkse voorwaarden
De vrouw en de man zijn op 10 augustus 1990 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij gemeenschap van goederen was uitgesloten. De echtelijke woning werd gebouwd op een perceel van de man met financiering via een hypothecaire lening en gekoppelde levensverzekering. De vrouw betaalde de hypotheekrente en premies tot het moment van scheiding op 15 september 2000.
Na het beëindigen van hun huwelijk ontstond een geschil over de verrekening van het onverteerd inkomen en de waarde van de levensverzekering. De vrouw vorderde betaling van de helft van de betaalde hypotheekrente en de afkoopwaarde van de levensverzekering, alsmede verrekening van de opbrengst van de verkoop van het bedrijf van de man.
De rechtbank oordeelde dat de woning en het perceel buiten verrekening blijven, maar dat de man de helft van de door de vrouw betaalde hypotheekrente en de helft van de levensverzekering aan haar moet vergoeden. De opbrengst van de verkoop van het bedrijf werd niet als inkomen aangemerkt en bleef buiten verrekening. De man werd veroordeeld tot betaling van €21.938 plus wettelijke rente vanaf 15 september 2000. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man moet de vrouw €21.938 plus wettelijke rente betalen ter verrekening van betaalde hypotheekrente en levensverzekering.