ECLI:NL:RBMAA:2002:AG8272
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. S. R
- Rechtspraak.nl
Verrekening van vorderingen en schulden bij toepassing schuldsaneringsregeling
Van Z, voormalig militair, ontving een maandelijkse uitkering krachtens de Uitkeringswet gewezen militairen. USZO beheerde deze uitkering namens de staatssecretaris van Defensie. Na toepassing van de schuldsaneringsregeling voor Van Z bleef USZO de vordering op Van Z verrekenen met diens uitkering, hetgeen de bewindvoerder betwistte.
De rechtbank onderzocht of USZO haar vordering mocht verrekenen met de uitkering na het vonnis tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. USZO stelde dat de vordering en schuld beide vóór de schuldsaneringsuitspraak waren ontstaan en dus verrekenbaar waren. De rechtbank oordeelde echter dat de betalingsverplichting van USZO maandelijks ontstaat en afhankelijk is van omstandigheden zoals het ontbreken van inkomsten uit arbeid.
Verder wees de rechtbank op artikel 307 lid 1 Faillissementswet Pro, dat verrekening na schuldsanering beperkt tot vorderingen en schulden die vóór de uitspraak zijn ontstaan. Dit sluit aan bij het doel van de schuldsaneringsregeling om rechten en verplichtingen te fixeren. De rechtbank verklaarde voor recht dat de schuld van USZO jegens Van Z niet voor verrekening vatbaar is met de vordering van USZO op Van Z, en veroordeelde USZO in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde dat de schuld van USZO jegens Van Z niet voor verrekening vatbaar is met de vordering van USZO na schuldsanering.