ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5177
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf
De rechtbank Maastricht heeft op 4 maart 2003 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van meervoudige handel en bezit van cocaïne in de periode van oktober 2001 tot juli 2002 in Heerlen en omgeving. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte meerdere keren cocaïne heeft verkocht en op 8 juli 2002 ongeveer 55,1 gram cocaïne in bezit had.
De verdediging voerde aan dat de Koninklijke Marechaussee niet bevoegd was tot opsporing in deze zaak, maar de rechtbank verwierp dit verweer op grond van de Politiewet 1993 en het convenant grensoverschrijdende criminaliteit, waarbij de Marechaussee assisteert bij opsporing van grensoverschrijdende drugscriminaliteit. De rechtbank oordeelde dat het begrip grensoverschrijdende drugscriminaliteit ruim moet worden uitgelegd.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Gelet op de ernst van de feiten, de aard van de drugs en de maatschappelijke belangen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 240 dagen op waarvan 128 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een taakstraf van 160 uur opgelegd, met een vervangende hechtenis van 80 dagen bij niet-naleving. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf waarvan 128 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 160 uur.