ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5836
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot moord met handgranaat
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot moord op twee personen door het vernielen van een ruit en het binnengooien van een handgranaat in de woning van de slachtoffers op 19 oktober 1996.
Tijdens de terechtzittingen op 10 december 2002, 13 februari 2003 en 13 maart 2003 bleek dat er naast de verklaringen van een getuige geen andere bewijsmiddelen aanwezig waren die het ten laste gelegde wettig en overtuigend konden bewijzen. De rechtbank achtte het bewijs onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werden de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partijen werden veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot moord met handgranaat.