ECLI:NL:RBMAA:2003:AF8516
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele uitkering Maror-gelden wegens niet voldoen woonplaatscriterium Tweede Wereldoorlog
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een individuele uitkering uit hoofde van het Uitkeringsreglement Maror-gelden als plaatsvervanger van zijn vader. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat de vader van eiser tijdens de Tweede Wereldoorlog geen woonplaats in Nederland had, hetgeen een vereiste is volgens het reglement.
Eiser betoogde dat het reglement discrimineert door alleen Joodse Nederlanders die tijdens de oorlog in Nederland verbleven uit te keren, terwijl ook degenen die eerder waren uitgeweken recht zouden moeten hebben. Tevens stelde hij dat zijn vader wel degelijk bezittingen in Nederland had verloren en dat er sprake was van onbillijkheid van overwegende aard, wat toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat het woonplaatscriterium een redelijke beleidsbepaling is en dat kortstondig verblijf, zoals het militair dienstverband van eisers vader, niet voldoet aan de vereiste permanentie. De vader van eiser kan daarom niet als belanghebbende worden aangemerkt en eiser heeft geen recht op een uitkering als plaatsvervanger.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van onbillijkheden van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een individuele uitkering wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan het woonplaatscriterium.