ECLI:NL:RBMAA:2003:AH9163
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens benadeling door voortijdige beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiseres verzocht op 4 februari 2002 een WW-uitkering aan te vragen, maar stemde in met de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst per 1 februari 2002, terwijl zij conform het sociaal plan tot 1 juli 2002 in dienst had kunnen blijven. Verweerder weigerde de WW-uitkering voor de periode tot 1 juli 2002 op grond van een benadelinghandeling.
De rechtbank oordeelt dat het instemmen met een eerdere beëindiging dan de wettelijke opzegtermijn een benadelinghandeling vormt volgens artikel 24, zesde lid, van de WW. Hierdoor heeft eiseres aanspraak gemaakt op een WW-uitkering die niet noodzakelijk was, omdat zij anders in dienst had kunnen blijven en mogelijk geen uitkering nodig had.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de uitkering tijdelijk geheel wordt geweigerd over de periode waarin het dienstverband zou hebben voortgeduurd. Tevens faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens benadeling door voortijdige beëindiging van het dienstverband.