ECLI:NL:RBMAA:2004:AO4216
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk brandstichten en opzetheling van gestolen auto
De rechtbank Maastricht heeft op 20 februari 2004 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere ernstige strafbare feiten. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van het opzettelijk en met voorbedachten rade doden van het slachtoffer, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 25 februari 2003 samen met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, waarbij levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen in het belendende gebouw te duchten was.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte in de periode van 9 tot en met 27 februari 2003 een personenauto, merk Peugeot 206, heeft verworven terwijl hij wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De rechtbank verwierp het verweer van verdachte dat hij niet wist dat de auto gestolen was, mede op grond van zijn contacten met een handelaar in verdovende middelen en de omstandigheden van de verwerving.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 40 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De benadeelde partij kon niet in haar schadevordering worden ontvangen vanwege de vrijspraak van het zwaarste tenlastegelegde feit. De tijd in voorlopige hechtenis werd volledig in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, voor opzettelijk brandstichten en opzetheling; vrijgesproken van doodslag.