ECLI:NL:RBMAA:2004:AO4221
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en nietigverklaring dagvaarding drugsfeit, veroordeling voor drugshandel
De rechtbank Maastricht heeft op 20 februari 2004 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte. De tenlastelegging bestond uit drie feiten: moord op het slachtoffer, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het bezit van heroïne en cocaïne. De dagvaarding met betrekking tot het tweede feit werd nietig verklaard wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.
De rechtbank achtte het moordfeit en de wederrechtelijke vrijheidsberoving niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Voor het derde feit, het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 8 gram heroïne en 15,5 gram cocaïne, werd verdachte wel wettig en overtuigend bewezen verklaard en veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten, en de gevaren die harddrugs voor de samenleving en gebruikers opleveren. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en vrijheidsberoving, maar veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor bezit van heroïne en cocaïne.