ECLI:NL:RBMAA:2004:AR3584
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.A.H. Verheezen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot indeplaatsstelling huurovereenkomst wegens ontbreken bedrijfscontinuïteit
Eisers, die een telecomwinkel exploiteerden, verzochten de rechtbank om gedaagde te verplichten mee te werken aan de indeplaatsstelling van hun huurovereenkomst aan een derde partij, [B.], die een landelijke keten in boeken en kantoorartikelen is. Eisers beriepen zich op artikel 7:307 BW Pro en stelden dat zij door financiële problemen hun bedrijf niet konden voortzetten en spoedeisend belang hadden bij de overdracht.
Gedaagde voerde verweer met het argument dat [B.] het telecombedrijf niet voortzet en dat zij een zwaarwegend belang heeft bij het weigeren van de indeplaatsstelling, mede vanwege het beleid omtrent wachtlijsten en branchediversiteit in het winkelcentrum. De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat [B.] het bedrijf van eisers voortzet, aangezien het assortiment en de bedrijfsactiviteiten wezenlijk verschillen.
Verder overwoog de rechtbank dat gedaagde een te respecteren belang heeft bij de weigering, mede door eerdere negatieve adviezen over [B.] en het belang om zelf de keuze van huurders te kunnen bepalen. De vordering tot indeplaatsstelling werd daarom afgewezen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot indeplaatsstelling van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de voorgestelde derde het bedrijf niet voortzet en de verhuurder een zwaarwegend belang heeft bij weigering.