ECLI:NL:RBMAA:2004:AR6650
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opleggen TBS mogelijk bij onduidelijke toerekeningsvatbaarheid ondanks weigering verdachte
De rechtbank Maastricht heeft verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag, wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en bedreiging, gepleegd in de periode van april tot mei 2004 in Maastricht. De bewezenverklaring betreft meerdere gewelddadige en bedreigende handelingen jegens het slachtoffer, waaronder slaan met harde voorwerpen, vastbinden, en seksueel binnendringen.
Verdachte weigerde mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek bij het Pieter Baan Centrum, waardoor een volledig oordeel over zijn toerekeningsvatbaarheid en het causale verband met de feiten niet kon worden vastgesteld. Desondanks concludeerden deskundigen dat verdachte leed aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis (psychopathie) die waarschijnlijk ook ten tijde van de feiten aanwezig was.
De rechtbank achtte het bewezen dat er een causaal verband bestaat tussen de stoornis en de gepleegde feiten en dat er een groot recidiverisico is. Daarom werd niet alleen een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd, maar ook de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging. De rechtbank benadrukte dat TBS ook kan worden opgelegd als deskundigen geen uitspraak kunnen doen over toerekeningsvatbaarheid, zeker bij weigering van de verdachte om mee te werken.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag en van bepaalde bijkomende tenlasteleggingen. De straf werd verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De maatregel van TBS werd opgelegd vanwege de ernst van de feiten, de persoonlijkheidsstoornis en het gevaar voor de samenleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens ernstige gewelds- en zedenfeiten.