ECLI:NL:RBMAA:2005:AT2479
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.O. Martens
- R.E. Bakker
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Redelijke intrekking van flexibiliseringstoelage aan verpleegkundigen door academisch ziekenhuis Maastricht
In 2002 kregen verpleegkundigen van het academisch ziekenhuis Maastricht een tijdelijke flexibiliseringstoelage toegekend op grond van artikel 4.7.5 van de CAO Academische Ziekenhuizen, bedoeld om extra inzet te stimuleren voor capaciteitsverhoging. De Raad van Bestuur besloot deze toelage eind 2003 in te trekken omdat de redenen voor toekenning niet langer aanwezig waren, gebaseerd op een evaluatierapport.
Eisers voerden aan dat de toelage onterecht werd ingetrokken vóór de daadwerkelijke invoering van het nieuwe landelijke functiewaarderingssysteem FuwaVaz en dat het een arbeidsmarkttoelage betrof die in de salarisschaal had moeten worden verwerkt. De rechtbank stelde vast dat het ging om een discretionaire toelage op grond van artikel 4.7.5 CAO en niet om een arbeidsmarkttoelage. De intrekking is getoetst aan de redelijkheid en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat de Raad van Bestuur redelijk heeft geoordeeld dat de toelage niet langer doelmatig was en dat de stopzetting per 1 december 2003 samenvalt met de daadwerkelijke invoering van FuwaVaz, zoals blijkt uit de bekendmaking van inpassingsbesluiten. De bezwarencommissie had weliswaar geadviseerd de bezwaren gegrond te verklaren vanwege communicatieproblemen, maar de rechtbank vond de besluitvorming niet onredelijk of onzorgvuldig.
De beroepen van eisers werden ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat de intrekking binnen de discretionaire bevoegdheid van de Raad van Bestuur valt en niet in strijd is met de CAO, het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de redelijke intrekking van de flexibiliseringstoelage per 1 december 2003.