ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5386
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.J. van Leeuwen
- A.M.A. Eijck
- W.A.P. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van stelselmatige aantasting persoonlijke levenssfeer
Verdachte werd beschuldigd van het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster door haar meerdere malen hinderlijk te volgen en stapvoets langs haar woning te rijden in de periode van mei tot juli 2004.
De rechtbank onderzocht de aard, duur en frequentie van de incidenten, waarbij vier specifieke ontmoetingen werden vastgesteld. Hoewel enkele gedragingen een aantasting van de persoonlijke levenssfeer vormden, achtte de rechtbank deze niet ernstig of frequent genoeg om te spreken van belaging zoals bedoeld in artikel 285b Sr.
De rechtbank overwoog dat het feit dat verdachte en aangeefster in dezelfde buurt wonen en elkaar toevallig kunnen tegenkomen, de verklaringen van de aangeefster niet voldoende ondersteunden. Ook ontbrak een logische verklaring voor het stapvoets rijden langs de woning. Desondanks concludeerde de rechtbank dat de gedragingen niet stelselmatig genoeg waren om tot een veroordeling te leiden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging van stelselmatige aantasting van de persoonlijke levenssfeer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van stelselmatige aantasting van de persoonlijke levenssfeer.