ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5938
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Bergmans
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens betwisting mondelinge koopovereenkomst en schriftelijkheidsvereiste
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een mondelinge koopovereenkomst tot stand was gekomen over een onroerend goed, terwijl de schriftelijke koopovereenkomst nog niet door beide partijen was ondertekend. Eisers in conventie stelden dat zij op 1 maart 2005 mondeling overeenstemming hadden bereikt over de koopprijs en levering, en dat zij de conceptovereenkomst reeds hadden ondertekend. Gedaagden betwistten dit en voerden aan dat er geen wilsovereenstemming was en dat niet was voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat in kort geding geen definitief oordeel kon worden gegeven over het bestaan van een mondelinge overeenkomst, omdat nader feitenonderzoek nodig is. Wel werd geoordeeld dat het beslag niet nietig was, omdat na mondelinge overeenstemming de verkoper in beginsel medewerking moet verlenen aan het opmaken van de schriftelijke overeenkomst. Echter, gelet op de belangenafweging en het feit dat het pand inmiddels aan een derde was verkocht, werd het conservatoir beslag opgeheven om een patstelling te voorkomen.
De vordering van eisers tot nakoming werd afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van het schriftelijkheidsvereiste bij onroerend goed transacties en de noodzaak van nader onderzoek bij betwisting van mondelinge overeenstemming.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de koopovereenkomst werd afgewezen en het conservatoir beslag op het pand werd opgeheven.