ECLI:NL:PHR:2011:BU7412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen gebondenheid van particuliere verkoper aan mondelinge koopovereenkomst woning zonder schriftelijke vastlegging
In deze zaak stond centraal of een particuliere verkoper gebonden is aan een mondeling overeengekomen koop van een woning zonder dat de koop schriftelijk is vastgelegd, zoals vereist in artikel 7:2 lid 1 BW Pro. Partijen bereikten mondeling overeenstemming over de koop, maar tekenden het conceptcontract niet. De koper vorderde schadevergoeding wegens het niet nakomen van de koopovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering af omdat het schriftelijkheidsvereiste niet was nageleefd, waardoor de mondelinge overeenkomst nietig was. De rechtbank verwierp ook het beroep op een verplichting van de verkoper tot medewerking aan het opmaken van een schriftelijke overeenkomst en het vorderen van schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen.
De Hoge Raad bevestigt dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW Pro leidt tot nietigheid van de mondelinge koopovereenkomst en dat deze sanctie geldt ter bescherming van zowel koper als verkoper. De verkoper is in beginsel niet gebonden aan mondelinge afspraken en hoeft niet mee te werken aan schriftelijke vastlegging, tenzij onder zeer bijzondere omstandigheden, zoals opzettelijke misleiding. Schadevergoeding kan alleen onder strenge voorwaarden worden toegekend.
De Hoge Raad benadrukt dat het systeem van artikel 7:2 BW Pro de rechtszekerheid dient en dat het niet naleven van het schriftelijkheidsvereiste geen ruimte laat voor een rechtens bindende mondelinge overeenkomst. Wel kan de precontractuele goede trouw een rol spelen bij uitzonderlijke gevallen van onaanvaardbaar gedrag. De uitspraak bevestigt de strikte benadering van nietigheid en beperkt de gebondenheid van particuliere verkopers aan mondelinge overeenkomsten zonder schriftelijke vastlegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een mondelinge koopovereenkomst zonder schriftelijke vastlegging nietig is en dat de particuliere verkoper niet gehouden is tot medewerking of schadevergoeding, behalve onder zeer bijzondere omstandigheden.