ECLI:NL:RBMAA:2005:AU5151
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering toestemming particuliere beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende motivering hardheidsclausule
Eiser verzocht via een beveiligingsfirma toestemming voor het verrichten van particuliere beveiligingswerkzaamheden op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Verweerder weigerde deze toestemming op basis van een eerdere veroordeling van eiser wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving en de beoordeling dat eiser niet betrouwbaar genoeg was volgens de Circulaire PBOM.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat het feit niet als wederrechtelijke vrijheidsberoving kon worden aangemerkt en dat hij wel betrouwbaar was. Verweerder handhaafde het besluit en wees een beroep op de hardheidsclausule af zonder voldoende motivering van de omstandigheden waaronder het strafbare feit was gepleegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht beoordelingsvrijheid heeft bij de betrouwbaarheidstoets, maar dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is ten aanzien van de toepassing van de hardheidsclausule, met name de omstandigheden van het strafbare feit. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangenafweging en motivering adequaat moeten worden weergegeven.
De rechtbank wijst tevens de kostenveroordeling toe aan verweerder en vergoedt het griffierecht aan eiser. Verzoek tot vergoeding van reiskosten van een getuige wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet bewijsaanbod en oproeping.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van toestemming wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering.