ECLI:NL:RVS:2004:AR4306
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van betrouwbaarheid wegens onbetrouwbaar handelen in beveiligingswerkzaamheden
Appellant kreeg op 29 september 2003 de verklaring van betrouwbaarheid ingetrokken door de korpschef van de Politieregio Gelderland-Zuid omdat hij beveiligingswerkzaamheden verrichtte zonder vergunning. Na een veroordeling door de politierechter wegens overtreding van artikel 2 Wpbr Pro, zette appellant deze werkzaamheden voort. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de korpschef beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van betrouwbaarheid en dat de criteria uit de ministeriële circulaire niet onredelijk zijn. Uit het bewijs, waaronder politieprocessen-verbaal en een arrest van het Gerechtshof, bleek dat appellant ondanks waarschuwingen en veroordeling de werkzaamheden bleef uitvoeren zonder vergunning. Dit duidt op het bewust naast zich neerleggen van rechtsregels.
De Raad van State concludeerde dat de intrekking van de verklaring van betrouwbaarheid terecht was en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van betrouwbaarheid wordt bevestigd vanwege het verrichten van beveiligingswerkzaamheden zonder vergunning en het bewust negeren van rechtsregels.