ECLI:NL:RBMAA:2005:AU7679
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.J. van Leeuwen
- J.H. Klifman
- W.A.P. Hillen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor berekenende afpersingen met grof geweld in Maastricht
De rechtbank Maastricht heeft verdachte veroordeeld voor drie afzonderlijke afpersingen gepleegd in Maastricht op de openbare weg, waarbij hij samen met een mededader grof geweld gebruikte tegen de slachtoffers om zich wederrechtelijk te bevoordelen. De feiten vonden plaats op 9 maart 2004, 2 november 2004 en 14 maart 2005.
De bewezenverklaring betreft het met kracht schoppen, slaan, tegen de grond werken van de slachtoffers en het gebruik van bedreigende woorden om hen te dwingen hun bezittingen af te geven. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte en zijn mededader(s) deze feiten hebben gepleegd, maar sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
De rechtbank oordeelde dat de afpersingen op een berekenende wijze werden uitgevoerd, waarbij slachtoffers werden gevolgd en het hoofd werd omlaag gedrukt om zicht te ontnemen. Het gepleegde geweld veroorzaakte fysieke pijn en letsel en leidde tot psychische gevolgen bij de slachtoffers. De rechtbank beschouwde de feiten als zeer ernstig en legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €370,70 aan een benadeelde partij, met een vervangende hechtenis van 7 dagen bij niet-betaling. De rechtbank nam ook een bijzondere voorwaarde op in de proeftijd dat verdachte zich moet houden aan richtlijnen van de reclassering, inclusief ambulante behandeling indien nodig.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en tot betaling van €370,70 schadevergoeding voor drie afpersingen met geweld.