ECLI:NL:RBMAA:2006:AV1166
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Oosterman
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van niet-genoten tijd-voor-tijd-uren in faillissementssituatie volgens WW
Eiser was in dienst bij een werkgever die failliet werd verklaard. Hij had een groot aantal tijd-voor-tijd-uren opgebouwd, waarvan een deel nog niet was vergoed. Verweerder kende een uitkering toe op grond van de Werkloosheidswet (WW), maar vergoedde slechts de uren opgebouwd tussen 2 april 2004 en 12 augustus 2004 minus opgenomen vrije tijd.
Eiser stelde dat ook de voor 2 april 2004 opgebouwde uren vergoed moesten worden, omdat deze uren vergelijkbaar zijn met vakantiegeld en daarom onder artikel 64, onderdeel c, WW vallen. Verweerder stelde dat tijd-voor-tijd-uren loon zijn en alleen de uren binnen de referentieperiode volgens onderdelen a en b van artikel 64 WW Pro in aanmerking komen.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat tijd-voor-tijd-uren niet gelijkgesteld kunnen worden met vakantiegeld, maar wel onder het loonbegrip van onderdelen a en b vallen. De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte niet het volledige tegoed over de referentieperiode had vergoed en vernietigde het besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot gedeeltelijke vergoeding van tijd-voor-tijd-uren wordt vernietigd.