ECLI:NL:RBMAA:2006:AV2165
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens voortvarend procederen en ontbreken materieel belang
Verzoekster diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering en maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening tegen het opschorten van de beslistermijn. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het niet verschijnen op een afspraak.
De voorzieningenrechter constateerde dat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van het bezwaarschrift en dat het besluit van 23 januari 2006 het reële besluit vormde. Het bezwaarschrift was daarmee prematuur en het verzoek om voorlopige voorziening betrof een fictieve situatie.
Hoewel aan formele vereisten was voldaan, oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van een reëel materieel belang en connexiteit met een besluit als bedoeld in artikel 6:2 Awb Pro. Het verzoek was te voortvarend ingediend en de procedure werd daardoor onnodig gecompliceerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te voortvarend procederen en ontbreken van materieel belang.