ECLI:NL:RBMAA:2006:AV7291
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Klifman
- W.L.J. Voogt
- R.A.J. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid hennepplantages en criminele organisatie
Verdachte werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie gericht op hennepteelt, opzetheling, witwassen en diefstal van elektriciteit, en betrokkenheid bij meerdere hennepplantages in Limburg en Noord-Brabant. De tenlastelegging omvatte onder meer het leveren van materialen en het aanleggen van elektrische installaties voor deze plantages.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor een deel van de feiten en veroordeling voor andere feiten met een gevangenisstraf en taakstraf. Verdachte erkende werkzaamheden als elektricien en aanwezigheid op enkele locaties, maar ontkende betrokkenheid bij illegale activiteiten.
De rechtbank constateerde dat er wel aanwijzingen (rook) waren, maar geen direct bewijs (vuur) dat verdachte strafrechtelijk betrokken was bij de hennepplantages. Er was geen bewijs dat verdachte de elektrische installaties had aangelegd of dat de schakelborden uniek waren voor hem. Ook waren er geen getuigen die verdachte noemden als betrokken bij de illegale activiteiten.
De dagvaarding werd ambtshalve nietig verklaard voor een deel van de tenlastelegging wegens onduidelijkheid. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De raadsman had vrijspraak bepleit, en de rechtbank volgde dit standpunt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij hennepplantages en criminele organisatie.